Een handdruk in de Thalys

De column van Bert van Oosterhout

17 juni 2023 Bert van Oosterhout

Tevreden brommend staat de Thalys te wachten op het sein voor vertrek. Dat duurt nog even, want het is hartstikke druk op perron 22 van Antwerpen Centraal. Achter de raampjes van de rood-bruine treincoupes verdringen bezwete gezichten elkaar. Een bescheiden groep reizigers die in Brussel aan boord is gekomen, houdt het hier voor gezien. Hun vrijgekomen gereserveerde zitplaatsen worden ijlings door nieuwelingen ingenomen.

Op mijn aandringen zijn ook mijn vrouw en ik meteen aan boord geklommen van de wachtende trein. Te laat realiseer ik me dat deze Thalys geen Intercity Direct is. De trein waarvoor wij tickets hebben gekocht. Wanneer ik er achter kom, heeft het snerpende vertrek-fluitje van de conducteur al geklonken. De machtige stalen slang ontwikkelt in luttele seconden een indrukwekkende snelheid. Ziezo. Wij zijn binnen. Op naar Rotterdam.

Staande in het gangpad scant een orthodox geklede jood zijn stoel-reservering. Die wordt bezet door mijn vrouw. Zij moet dus plaatsmaken. De man biedt nog hoffelijk aan haar te laten zitten. Maar dan ken je mijn vrouw niet. Hier, in de joodse buurt van de oude stad, heeft ze mazzel. Zelfs in de trein. Twee rijen bij haar vandaan is toch een stoel vrij. Op mijn beurt verhuis ik gedwongen naar de ruimte tussen twee coupes. En de luxe kan vandaag niet op. Ik kan zowaar zitten op zo'n klapstoeltje aan de muur. Een half uur naar Rotterdam. Wie doet me wat?

Ik vraag het me af. Maar ik vraag het voorzichtig. Want deze dag was niet onder een goed gesternte begonnen. De auto parkeren bij metrostation Capelse Brug leek een goed idee. Vooral 's avonds na terugkeer is dat comfortabel. Je hoeft niet op een eventueel verlate buslijn 98 of 97 te wachten, die je richting Krimpen aan den Ijssel brengt. Aangenomen dan wel, dat je 's morgens een parkeerplaats voor je bolide kunt vinden. Nou, vergeet het maar.

Vorige donderdag kon je op het toch ruime parkeerterrein bij Capelse Brug niet één, maar dan ook niet één parkeerplaats vinden. En het tijdstip van vertrek van onze trein op Rotterdam Centraal naderde wel erg snel. Na een minuut of tien gejaagd zoeken, was het lot ons uiteindelijk toch nog goed gezind. Veel te ver verwijderd van het metro-station vonden we alsnog een parkeergaatje. Zwetend, hijgend en hoestend haalden we op het nippertje een metro en daarmee op Centraal station een trein naar Antwerpen.

Een uur later sluiten we op dat beeldschone station Antwerpen Centraal na drie jaar neef en nicht in de armen. Wat volgt is een lome wandeling langs en over verscheidene terrassen richting Grote Markt. Er wordt op ons gerekend in een zijstraat in een Grieks restaurant met een lommerrijke binnenplaats.

Bij uitstek geschikt voor uitgebreide familieverhalen. Wanneer na uren, de schotels alle eer hebben gekregen die een mooie schotel verdient, de glazen alweer leeg zijn en de gespreksstof stokt, wordt het tijd voor de terugtocht. Door overvolle straten en stikhete pleinen wandelen we voldaan terug naar Antwerpen Centraal.

Tevreden brommend staat de Thalys te wachten op het sein voor vertrek. Naar schatting honderdvijftig kilometer naar het noorden, staat de Sprinter van Hilversum naar Amsterdam, op het punt te vertrekken. Maar er is sprake van enig oponthoud. Een vrouwenstem krijst “Raak me niet aan”, “Raak me niet aan.” In het gangpad staat de conductrice tegenover een woedende jonge vrouw. De conductrice wil haar treinkaartje zien, maar dat heeft ze niet. Ze zwaait met haar paspoort, maar daar is de conductrice niet in geïnteresseerd. “Ik wil nu uw kaartje zien. Zo niet dan gaat u er hier uit, zegt ze vriendelijk maar vastberaden.

Wanneer de vrouw geen vervoersbewijs kan tonen, neemt de conductrice een snoekduik naar de rugzak van de vrouw. Met een ferme zwaai verdwijnt het ding naar het perron. De eigenaresse is geen partij. Ze springt haar spullen achterna en ziet vloekend en tierend hoe haar trein zijn krachten bundelt en met toenemende snelheid wegrolt.

Even buiten Antwerpen Centraal loopt de snelheids- wijzer van de Thalys voortvarend naar dik 200 km per uur. Er kan nog meer bij maar dat komt zo. In de rommelige ruimte, die ik deel met vijf, zes reusachtige koffers gaat de glazen tussendeur open om de conducteur door te laten. Een vriendelijk uitziende man. Zijn tongval verraadt een wieg in Frankrijk. Maar zijn Vlaams is duidelijk genoeg. "Goede middag, meneer. Uw kaartje astublieft." Ik laat hem mijn ov-kaart zien en een enkele reis naar Rotterdam. Geldig vandaag.

Hij kijkt een ogenblik verbaasd op en stelt dan hardop vast dat dit niet het ticket is om per Thalys te reizen. Er ontstaat een vriendelijke discussie met als bikkelharde conclusie dat mijn vrouw en ik ieder ongeveer 100 euro moeten bij betalen. Ach ja, er zijn erger dingen in dit leven. Maar om nou te zeggen: wij zijn blij. Niet echt. De conducteur trekt zich even terug. “Even daar kaartjes knippen. Dan kom ik bij u terug. En dan zien we wel wat ik met u ga doen.”

Hij houdt zijn woord. Een minuut of tien later staat hij weer in de deuropening. Het jasje van zijn uniform heeft hij wegens de hitte uitgetrokken. Zijn stropdas hangt slap op zijn brede borst. Om zijn mond speelt een glimlach. “Even dit”, zegt hij alsof hij een mop gaat vertellen. “Ik zie daar uw vrouw zitten. Ik zie u hier zitten. Mag ik vragen: hoe oud zijn jullie eigenlijk?” Ik vertel hem naar waarheid dat wij samen 169 jaar tellen. “Potverdorie”, zegt hij vanuit de grond van zijn hart. “En jullie zien er nog zo goed uit.”

Hoor je het ook eens van een ander, denk ik. In het volle besef dat we van deze Kampioen Vriendelijkheid van Thalys niks meer te vrezen hebben. Dat klopt. De boete die hij ons oplegt, omdat we – zij het onbedoeld – veel te weinig hebben betaald voor een reis per Thalys, is zegge en schrijve: 20 euro.

We hebben elkaar recht in de ogen gekeken en langdurig stevig de hand gedrukt.

Een plezierig weekend.
17 juni 2023

Bert van Oosterhout