Een echte vrijbuiter
De column van Bert van Oosterhout
24 juni 2023 Bert van Oosterhout
Een bunker in Zandvoort, een paar jaar eerder verlaten door Hitlers soldaten toen de Geallieerde legers naderden, redde begin jaren vijftig onze vakantie. We waren zeventien, Pim, Bas en ik. Ruim honderd kilometer hadden we gefietst van Breda naar de befaamde badplaats aan zee. Niemand van ons was er ooit geweest. Maar alleen al de naam was voldoende voor hooggespannen verwachtingen. Die werden op de eerste avond van ons verblijf meteen stevig op de proef gesteld.
Twee keer onderweg een lekke band en één keer een vastgelopen fietsketting – voor dat soort malheur draaiden wij onze hand niet om. Als je in die tijd al een fiets had, was het op voorwaarde dat je een kapot onderdeel kon repareren. Iemand tegen betaling jouw fiets laten herstellen was een ongekende luxe.
Maar ja, je kunt je niet overal tegen wapenen. Vroeg in de nacht rukte een stevig onweer ons gehuurde tentje uit elkaar. De gealarmeerde campinghouder bracht ons voorlopig voor een nacht onder in een Duitse bunker, net buiten het kampeerterrein.
De volgende ochtend kon hij na overleg met de Duitse eigenaar ons geruststellen. We mochten de rest van de week in de bunker doorbrengen. Een bijzondere ervaring. Waar ooit een Duitse mitrailleur stond opgesteld om de directe omgeving buiten in het oog te houden, stond nu een aandoenlijk fornuisje. Hoe huiselijk. Konden we meteen ervaren hoe de ingegraven Duitse troepen in Normandie zich indertijd moeten hebben gevoeld.
Camping was eigenlijk een te chic woord voor de armzalige zandvlakte, zonder fatsoenlijke plees of douches. Van een campingwinkel hadden ze ook nooit gehoord. Een patatfritestent daarentegen, bij de toegang tot het terrein, was razend populair bij de kampeerders. Hun vaders en opa's verbleven niet zo lang geleden op dezelfde plek. En niet met vakantie.
Maar wat hoor ik nu? Die ouwe meuk van toen staat weer in de belangstelling. Steeds meer mensen willen hun zomervakantie doorbrengen in een tent. Hoewel ze soms jaren terug zo'n peperdure camper of caravan hebben aangeschaft, willen ze nu zo'n origineel vaderlandse regenbui op het tentzeil horen tikken. Proef ik hier het verlangen naar een esoterische ervaring? Of ben ik nou gek?
Maakt niet uit. Hoewel ik nooit een kampeerder ben geworden, vind ik de nieuwe trend best tof. Opmerkelijk is trouwens dat ze de kop opsteekt terwijl juist steeds meer campings de voorbije jaren zijn 'versteend'. Steeds vaker moeten tenten wijken voor vakantiehuizen. Die brengen natuurlijk meer huur op. Vertel mij wat. Maar de 'romantiek' – als dat zo mag heten – is daardoor langzaam aan het verdwijnen.
Zeg nou zelf, hoe plezierig is het niet op handen en voeten je tent uit te kruipen en dan met een pleerol onder de arm richting douches te wandelen om in de rij te gaan staan tot je aan de beurt bent voor een stervenskoud stortbad in een betonnen bak waarin veertig mensen je zojuist zijn voorgegaan?
Héél plezierig is dat. Want pas nu ben je echt vrij. Huis en haard achtergelaten voor twee weken in en om de tent. Gezellig ouwe-betten met de buren, tentbewoners uit Düsseldorf. Op de fiets het Zeeuwse land doorkruisen en na thuiskomst nog even op het strand een patatje-oorlog scoren. En voor je het weet maak je vrienden.
Zo krijgt kamperen, wat je noemt, de schoonheid van de eenvoud, een constatering die ik ontleen aan Hans Nijenhuis in het AD. Het kan zijn dat je niet halsoverkop blij wordt wanneer je worstelt met scheerlijnen en luchtbedden, een eenvoudig potje kookt op een spiritusbrandertje en zo meer. Maar voor de afgesproken periode leidt je op je eigen vierkante meters dan toch maar het leven van een echte vrijbuiter. Kom daar thuis eens om.
Een plezierig weekend.
24 juni 2023
Bert van Oosterhout
