Keti koti
De column van Bert van Oosterhout
8 juli 2023 Bert van Oosterhout
Alsof er een wervelstorm was opgestoken. Zo'n gevoel kreeg ik toen kortgeleden keti koti over ons land raasde. De beweging liet diepe sporen na. Velen kijken sindsdien met andere ogen naar ons koloniale verleden. Dat onze voorouders bakken met geld verdienden aan de slavernij wisten we natuurlijk. Zo ging dat een paar eeuwen geleden nou eenmaal. Moeten we ons daar nu nog druk over maken?
Nou, dat dacht ik wel. En dat is precies wat de Keti koti-storm deze keer heeft bewerkstelligd. Ik kan er niet omheen. Niet eerder was het leed van de slavernij, de omvang ervan, de schaamteloze verrijking van o.a. de Hollandse maatschappelijke elite zo tot mij doorgedrongen.
Sowieso werd gemakshalve het verleden doodgezwegen. Slavernij, bah, weet je niks leukers? Zoiets. Het vergde een 'jubileum' zal ik maar zeggen, 150 jaar geleden einde slavernij, om de ongelofelijke werkelijkheid zichtbaar te maken. Nou, daar zijn de organisatoren van Keti koti hier en in al onze voormalige wingewesten in geslaagd.
Het is hen bijvoorbeeld gelukt mij te genezen van de halfhartige opvatting dat je niet moet zeuren over wat eeuwen geleden is gebeurd. Zo van: wat kunnen wij daar nou aan doen? In de eeuwen dat de slavernij volop werkte, wisten we heel goed wat we moesten doen. Vorige week werd pijnlijk duidelijk dat dit besef tot in de haarvaten van onze samenleving voortleeft. Deze erkenning krijgt ongetwijfeld consequenties. Om te beginnen als medicijn voor de nakomelingen van de tot slaaf gemaakten. Verderop zeker in materiële zin.
Voor alle duidelijkheid: dat de koning excuses aanbood namens de staat en vergiffenis vroeg voor wat zijn familieleden hebben uitgevreten, doet mij weinig. Hij weet natuurlijk verdraaid goed waar zijn belangen als staatshoofd liggen. Maar tegelijkertijd – en dat is wel zo treffend – maakt hij er geen geheim van dat hij het hart op de juiste plaats draagt.
In sommige kringen wordt dit betwijfeld. Dat is een gegeven waar een volwassen democratie mee moet kunnen leven. Maar na de jongste Keti koti nog steeds doen alsof de slavernij van weleer niet 'ons pakkie aan' is, lijkt me allesbehalve realistisch. Met meer overtuiging dan in het verleden is het onderwerp op de agenda gezet. De discussie is nu pas echt begonnen.
“Er zijn inwoners van Nederland die het aanbieden van excuses overdreven vinden”, zei Willem-Alexander tijdens zijn toespraak in Amsterdam, die tot ver buiten onze grenzen de aandacht trok. “Maar zij ondersteunen wel in overgrote meerderheid de strijd voor gelijkwaardigheid van alle mensen, ongeacht kleur of culturele achtergrond.” Hij sloeg de spijker op de kop. Nota bene als eerste staatshoofd ter wereld.
Maar goed, dat was vorige week. Van blijvend belang is de boodschap die hij in het einde van zijn toespraak verpakte. We weten het allemaal nog wel. “Na erkenning en excuses mogen we samen werken aan heling, verzoening en herstel. Zodat we uiteindelijk allen trots kunnen zijn op alles wat we delen. En kunnen zeggen: Ten kon drai. Tijden zijn veranderd. Den keti koti, fu tru. De ketenen zijn verbroken, echt waar.”
Deze woorden illustreren wat ik hiervoor al bedoelde. Deze Keti koti heeft volgens mij bij veel mensen een gevoel losgemaakt dat sluimerend aanwezig was. Het had kennelijk een duwtje nodig om naar boven te komen. Nu gaat het erom het nieuwe besef van de werkelijkheid levend te houden. Dat wordt nog een karwei. Maar het begin is gemaakt.
Een plezierig weekend.
8 juli 2023
Bert van Oosterhout
