Ken je mij, wie ben ik dan? Weet jij mij beter dan ik?

De column van Karin Timm

16 maart 2024 Karin Timm

Ken je mij, wie ben ik dan? Weet jij mij beter dan ik?

Beste luisteraars van de lokale omroep krimpen, ik zal me eerst eens aan u voorstellen. Ik ben Karin, dochter van Cock en Kees van Ruitenburg, zus van Monique, Els, Loes en Rick, vrouw van Anthon Timm, moeder van Ben, David en Aron, schoonmoeder van Annika en Mirte en oma van Jort en adoptiemoeder van onze cocker spaniël Kyra. Het is niet de bedoeling om mijn hele stamboom met u te delen, maar het geeft een beetje beeld van mijn familie. Dat is vast een begin. Want het beantwoordt nog niet de vraag wie ik ben. Waar ik blij van word, hoe ik mijn dagen vul, wat mijn relatie is met Krimpen aan den Ijssel of waarom ik me überhaupt heb aangemeld als columnist.

Laat ik u iets meer vertellen over het nest waarin ik ben geboren. Dat nest lag in Rotterdam, 57 jaar geleden. Mijn ouders waren 42 jaar oud toen ik, als jongste, werd geboren. Mijn vader was gezagvoerder grote vaart, mijn moeder van origine maatschappelijk werker, maar thuis sinds er kinderen waren. Ik kom uit een protestant-christelijk gezin, met daarbij horende normen en waarden. Mijn vader was, als hij thuis was, streng, doch rechtvaardig. Hij was veel op reis, lange periodes achter elkaar en mijn moeder zwaaide dan de scepter. Zij was een zeer geëmancipeerde en zelfstandige vrouw, zeker voor die tijd. Mijn beide ouders leven helaas niet meer.

We wonen sinds 1992 in Krimpen aan den Ijssel. Onze drie zonen zijn allemaal op een leeftijd en in een situatie dat ze voor zichzelf kunnen zorgen. Ik ben verpleegkundig specialist dermatologie en sinds juli vorig jaar lid Raad van Bestuur bij het Zorginstituut Nederland in Diemen-Zuid (dat doet welke iets met dit Rotterdamse hart, knipoog). Ik ben, wat men noemt, een taalpurist. Die afwijking heb ik van mijn vader geërfd. Ik hou van lezen, schrijf elke avond in mijn dagboek, heb een eigen vakblad gehad voor dermatologieprofessionals en hoor en lees vaak lelijk Nederlands. Ik word vrolijk van zon, warmte en heb een opgeruimd karakter.

Misschien vraagt u zich af, waarom zo’n lange introductie? Vind je jezelf zo belangrijk? Allesbehalve! Maar ik vind het wel belangrijk dat u enigszins een idee heeft wie aan de andere kant van de radio zit. Daar ben ik ook heel benieuwd naar overigens.

En juist dat: het nieuwsgierig zijn naar de ander: ik mis het! We leven in een maatschappij waarin ieder voor zich lijkt te leven, meningen lukraak op social media verkondigt, strooit met veelal ongenuanceerde uitspraken en zelden, echt zelden, vraagt. Let maar eens op in het eerste gesprek dat u gaat voeren: hoe vaak wordt u iets gevraagd? En dan: hoe vaak vraagt u zelf iets aan de ander? En stelt u de vraag om dat u oprecht geïnteresseerd bent in de ander? Of omdat u dan uw eigen verhaal kwijt kunt? Ik betrap mijzelf er ook vaak op hoor, dus niets menselijks is mij vreemd. Maar het zou zoveel leuker zijn als we wat meer met elkaar in contact zouden komen, elkaar weer echt zien voor wie en wat we zijn. Af en toe voelt het alsof we elkaar een beetje zijn verloren en als eenzame zielen dwalen in eigen bubbels. Dichtbij elkaar en toch onbereikbaar. Onbekend maakt onbemind.

Hoe zouden we elkaar weer kunnen vinden? Recent las ik het boek Socrates op sneakers. Daarin wordt de socratische manier van vragen stellen benoemd: alsof je niets weet en je opstelt met de houding: leer mij. En als je dat lukt, dan word je verrast hoeveel je leert, hoeveel leuker een gesprek wordt, hoe leuk andere mensen zijn en hoeveel wijsheid er in je eigen omgeving is. Dan is het alleen nog de uitdaging om de valkuil te ontwijken die: ‘dat heb ik ook’, heet.

Daar waar we elkaar weer vinden, worden gemeenschappen sterker, kijken we meer naar elkaar om, kunnen we bergen verzetten. Af en toe droom ik over een zorgzame gemeenschap in Krimpen. Waar we met alle vrijwilligers de handen ineen slaan. Waar we een beroep op elkaar kunnen en durven doen, niet bang voor wat ‘een ander van ons zal denken’. Waar we elkaar kennen en respecteren voor wat we kunnen en trots zijn op wat we bereiken. Waar een goede buurman echt beter is dan een verre vriend.

En het start met vragen stellen……

Hopelijk zet dit u even stil bij de gesprekken die u vandaag en morgen voeren gaat. En natuurlijk zijn er onder u ook mensen die dit wel doen, dus voelt u zich dan vooral niet aangesproken!

Ik sluit af met een couplet van hetzelfde liedje van Trijntje Oosterhuis als waar ik mee begon, waarvan de tekst geschreven is door haar vader Huub.

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben
Dat het houdt

Ik zou een woord willen spreken
dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben