“Ik ben van vóór de totale ondergang en dat wil ik zo houden ook”!
De column van Lourens Portasse
13 december 2005 Lourens Portasse

Ruim dertig jaar geleden droegen sommige demonstranten tegen de oorlog, tegen de NATO, tegen de kruisraketten en tegen Amerika en bordje met de tekst:
“ik ben van na de oorlog en dat wil ik zo houden ook”.
Een glimlach ontlokkende uiting van bezorgdheid voor de eigen persoon. Een bijna literaire uiting van de afschuw tegen oorlog, geweld en onderdrukking in de wereld. Een poging tot persoonlijk maken van het ongrijpbare en onbeheersbare geweld van de wereldpolitiek.
Terugkijkend blijft een flauwe glimlach, maar ook een gegroeid besef, dat deze uiting erg Europees gericht was, erg Nederlands gericht, wel erg persoonlijk gericht.
Na de Tweede Wereldoorlog is er geen dag zonder een oorlog geweest. Niet één oorlog, maar meerdere tegelijkertijd. Niet op één continent, maar op meerdere. De landen, die “na de oorlog, geen oorlog meer gekend hadden”, waren vaak betrokken bij deze “verwegoorlogen”. De oorlogen ging door, maar dan ver buiten de landsgrenzen, onze landsgrenzen. De conflicten werden uitgevochten ver weg van onze westerse vrede, ver weg van onze gedachten over vrede en veiligheid en vooral ver weg van onze economische voorspoed.
Misschien ging het ons allemaal wel zo goed door al die oorlogen elders. Misschien droegen we zo’n naoorlogs generatie bord, omdat we ergens wel aanvoelden dat we niet eeuwig de dans konden ontsnappen. Vluchten kon niet meer, de oorlog kwam steeds dichterbij. Soms in de vorm van vluchtelingen. Soms in de vorm van gruwelijke beelden in krant en op televisie. Soms kwam het allemaal dichtbij door een Vietnamees vluchtelingenbootje, dat door een Nederlands vrachtschip was opgevist en dat vervolgens een bezienswaardigheid werd in een scheepvaartmuseum.
Het zal nog steeds tot de vaste collectie van dat museum behoren vermoed ik, maar wel onder het stof, want zoiets heeft toch zeker zijn maatschappelijke relevantie verloren en het verhaal dat het ooit vertelde heeft aan betekenis ingeboet.

Het van na de oorlog zijn is een uitspraak, die geldig was in onze kleine wereld. De wereld van staat, stad, wijk, straat en gezin. Onze ouders hadden ook maar één wens. Dat hun kinderen nooit zo’n oorlog, die zij overleefd hadden, hoefden mee te maken. Al was het alleen maar, omdat zij heel goed wisten, dat een oorlog niet bij iedereen het beste naar boven brengt.
Het bordje van die naoorlogse demonstrant was eigenlijk een wereldvreemde uiting. Tegenwoordig zou je het misschien tunnelvisie noemen.
Het ergste is misschien nog wel, dat het een begaan zijn met de wereld suggereert, terwijl de drager van het bord alleen maar begaan is met zijn eigen lot.
Welk bord zou vandaag de dag gedragen kunnen worden, bij een demonstratie tegen oorlog, onrecht en armoede?
Misschien een bord met de tekst:
“Ik ben van voor de totale ondergang en dat wil ik zo houden ook”
© Lourens Portasse 2005
LOK #204, 10 december 2005
