Meedoen is belangrijker dan winnen
De column van Rene van Walsum
31 augustus 2024 Rene van Walsum
Het was weer een fraaie sportzomer zoals dat enthousiast in de media werd vermeld. Eerst het EK voetbal, vervolgens de olympische spelen, dan de tour de France die Neerlands trots bij de dames op vier seconden na niet wist te winnen en dan natuurlijk, dat mogen we niet vergeten, als toetje de paralympics.
De oranjeslingers en andere parafernalia werden natuurlijk weer met gretig voetbal enthousiasme uit de mottenballen gehaald, straten omgetoverd tot een afzichtelijke oranjekermis en er vond een grote invasie in Duitsland plaats van in oranje gestoken feestliefhebbers trots voorzien van oranje pruiken en andere maatschappelijk onaangepaste hoofddeksels. Vrolijk huppend van links naar rechts op een eenvoudig debiel carnavalsdeuntje. Vroeger werd men voor minder in een gesloten inrichting opgenomen. De hoge verwachtingen werden natuurlijk wederom traditioneel niet waargemaakt en net voordat er een nationale ruzie zou losbarsten over de locatie en het draaiboek voor de huldiging van onze toekomstige kampioenen werd het elftal weer tot grote nationale teleurstelling roemloos uitgeschakeld. Dat doet men in België allemaal een stuk beter. Daar gaat men er met een realistische kijk op de zaken van uit dat het toernooi toch niet gewonnen wordt zodat men de uitschakeling van de rode duivels bijna met een schouderophalen voor kennisgeving aanneemt. Zonder het gevoel van frustratie en verongelijktheid wat altijd bezit neemt van Nederland na een uitschakeling.
Sport verbroedert wordt er gezegd. Ik heb daar tijdens het EK niets van gemerkt in de internationale omgeving waar ik werk. “Ik hoop wel dat jullie van de Fransen winnen want die mag ik niet” of “win alsjeblieft van die Engelsen want daar heb ik echt een hekel aan en wij hebben er van verloren” waren teksten die ik van buitenlandse collega’s te horen kreeg. Of de Duitsers die begonnen over de weinig beschaafde actie van onze bondscoach in 1988 die toen zijn witte en glimmende achterwerk met een Duits voetbalshirt afveegde. En zo schrijdt de beschaving voort denk ik dan. Voetbal is oorlog zei ooit een Nederlandse trainer. En hij had gelijk. Hoezo Europese Unie.
Daarna begonnen de Olympische spelen. Daar gloorde weer wat hoop aan de horizon. Nederland zou vast een woordje meespreken. En zo komen we ook op de titel van deze column “meedoen is belangrijker dan winnen”. Dat is natuurlijk grote onzin, niemand is geïnteresseerd in een loser die na jaren trainen in de eerste voorronde roemloos als eerste wordt uitgeschakeld. Nee, winnen is belangrijk en daarom doet men ook mee. Een gouden medaille is prachtig, een zilveren al teleurstellend want net geen goud en brons is natuurlijk net zoveel waard als de gemiddelde medaille die wordt uitgereikt na het succesvol afronden van de avondvierdaagse. Het lijkt me bijzonder frustrerend om na vier jaar keihard trainen roemloos ten onder te gaan. Wat heeft dat voor zin. Een medaille winnen is natuurlijk prachtig. En wat nu, kun je de winnende atleet dan vragen. Nou gewoon weer 4 jaar keihard trainen om over vier jaar weer mee te doen. Keihard trainen om als allersnelste een rondje van 800 meter te kunnen rennen lijkt me toch een wat sneue invulling van je leven. Schiet de mensheid er wat mee op? Lost het de toeslagenaffaire op, het tekort in de zorg of de woningnood? Het antwoord is simpelweg nee. Ik weet niet of ik erg tevreden zou terug kijken op mijn leven als mijn grootste prestatie zou zijn dat ik heel snel 100 meter kon sprinten. En daar ook nog eens jarenlang dag en nacht voor te hebben getraind.
Maar al die medailles geven een land prestige en dat is alle investeringen waard hoort men vaak. Nou, ik weet toevallig dat Nederland deze olympische in het medailleklassement als 6e is geëindigd. De rest van de plaatsen 1 tot tien weet ik echter niet laat staan dat ik huizenhoog
opkijk tegen de nummers 1 tot en met 3. Ik heb nooit automatisch een grote liefde of bewondering gevoeld voor landen die veel medailles wisten te winnen zoals de Sovjet Unie of de DDR. Laat staan dat ik ineens een enorm respect voel voor een veel medailles scorend land als China. Vraag duizend asielzoekers waarom ze ons land hebben uitgekozen en niemand zal zeggen “omdat jullie zoveel medailles hebben gewonnen op de olympische spelen.
Maar een gezonde geest in een gezond lichaam en bewegen is gezond. Stimuleren mij al die sportsuccessen op tv dan om ook te gaan sporten? Totaal niet, integendeel. Ik raak alleen maar gefrustreerd dat ik ook niet met zo’n goddelijk en strak lichaam tot grootse sportprestaties in staat ben. Ik mag graag op maandagavond amechtig hijgend met een groepje mannen van zekere leeftijd een rondje fietsen op de racefiets. Uiteraard zijn wij trots op onze lichaamsbeweging en fysieke inspanning. En we doen het natuurlijk vooral om indruk te maken op onze echtgenoten die er echter subtiel hun schouders over ophalen. Het komt echter totaal niet in de buurt van wat onze atleten weten te bereiken met hun afgetrainde lichamen. Nog demotiverender is het om tijdens zo’n rondje doodleuk ingehaald te worden door bejaarde dames op een elektrische fiets. Maar we houden vol. Na afloop zijn wij totaal niet te beroerd om de enorme hoeveelheid verbrande calorieën op efficiënte wijze weer aan te vullen door het verorberen van heerlijke stukken kaas, vergezeld van smakelijke wijnen. Wie hard sport moet natuurlijk ook goed eten en drinken. Misschien is dat wel de juiste manier om van sport te genieten. Lekker zelf bewegen, aan de conditie werken, gezellig samenzijn en daarnaast in het dagelijks leven maatschappelijk relevant bezig zijn en de wereld verder helpen.
Ik hou mezelf qua sport als het tegenzit ook maar vast aan de anekdote over Churchill. Toen hem werd gevraagd hoe hij de respectabele leeftijd van 92 jaar had bereikt was zijn antwoord: absoluut geen sport, alleen whisky en sigaren. Whisky mag ik met mate graag tot mij nemen en van een sigaartje kan ik erg genieten. Met dat fietsen moet ik maar gewoon gaan stoppen denk ik wel eens. Dan komt het allemaal goed.
Ik wens u allen veel sportplezier en een goede conditie. Zowel lichamelijk als geestelijk.
René van Walsum
