Wandeling...

De column van Gert Visser

7 september 2024 Gert Visser

Afgelopen maand zou mijn vader 112 jaar geworden zijn.

Om de zoveel tijd maak ik in gedachten een wandeling met hem door ons dorp Krimpen. Hij werd er in 1912 geboren en bracht er zijn gehele leven door. Mijn vader werkte op de Koolteerfabriek in de Stormpolder. Het is voor mij een manier om zo de enorme ontwikkelingen van de afgelopen tientallen jaren een beetje te duiden.

We beginnen onze wandeling bij het huis in de Noorderstraat waar ik met mijn ouders woonde. Daar liggen wat zonnepanelen op het dak en ik vertel dat we uiteindelijk allemaal van het gas gaan. Vanwege allerlei redenen.

Wat waren wij blij met aardgas, zegt mijn vader. Het maakte een einde aan de bloemen op de ramen in de winter. Weg met die kolenkachel en geen gesjouw meer met gasflessen.

We lopen onder de Algerabrug door die een einde maakte aan de veerpont tussen Krimpen en Capelle. Er razen nu dagelijks duizenden auto’s over. Mijn vader verbaast zich ook over auto’s die ons voorbij rijden en geen geluid maken. Dat zijn elektrische auto’s pa, we moeten niet alleen van het gas af maar ook van benzine, zei ik. Als er een jongen met een fatbike voorbij komt herinnert hij mij aan zijn Solex. Dat was zijn fatbike.

We lopen ook nog langs het Verenigingsgebouw bij de Tuinstraatstoep. Mijn vader vertelt dat dit gebouw ooit eigendom was van de arbeidersbeweging. Ik vertel hem dat de PvdA tegenwoordig niet zoveel aanhang meer heeft. Dat was vroeger wel anders, het was de partij voor ‘Jan met de pet’, zegt mijn vader. PvdA-leider Den Uijl had destijds ook een wens. Dat de auto ook voor een gewoon gezin bereikbaar werd. Daar wordt nu wel anders over gedacht pa, zei ik.

Ik vertel dat er nu onvrede heerst in Nederland en we van de ene crisis in de andere terecht komen. Dat is ook raar, ik zie allemaal busjes rijden met ‘collega’s gezocht’, merkt mijn vader op. We komen tot de conclusie dat de crisis in de jaren 30 toch anders was dan die van nu. Lange rijen werklozen stonden bij de stempellokalen voor een uitkering van een paar gulden. Het was armoede troef.

Mijn vader haalt een rode zakdoek uit zijn zak en snuit zijn neus. Ik vertel dat zo’n zakdoek nu soms ook aan auto’s hangt. Ik leg hem uit dat het te maken heeft met het Boerenprotest. Als de boeren niet klagen dan gaat het niet goed met het land. In 1963 was dat ook al zo met boer Koekoek, vertelt hij. We duiken even in de geschiedenis.

Hendrik Koekoek was lid van de Tweede Kamer van 1963 tot 1981 voor de door hemzelf opgerichte Boerenpartij. Hij was ook boer en vooral bekend vanwege zijn strijd tegen het toenmalige Landbouwschap.

Koekoek was het gezicht van de Boerenopstand in 1963 en leidde het protest tegen de huisuitzetting van een aantal boerengezinnen die op last van het toenmalige Landbouwschap werden gedwongen hun boerderijen te verlaten omdat zij uit principe de heffingen van het Landbouwschap weigerden te betalen.

Uit heel Nederland kwamen duizenden boeren naar Hollandscheveld om hun steun te betuigen en dat leidde tot fikse rellen. Het Landbouwschap kwam uiteindelijk toch een compensatieregeling overeen met de boeren uit Hollandscheveld.

De aanhang van boer Koekoek bestond langzaam niet alleen meer uit alleen maar boeren en mensen van het platteland. Koekoek werd steeds meer het gezicht van een protestpartij waar ook veel niet-plattelanders zich aansloten om zo hun onvrede te uiten over de kloof die ook destijds bestond tussen de gevestigde politieke partijen en de kiezer.

Ik vertel tussendoor dat de situatie die nu rond de boeren speelt zeker gelijkenissen heeft met toen. We hebben nu ook een partij die opkomt voor de boeren en de burgers. De partij scoort nu veel zetels en zit zelfs in een nieuw kabinet. Zie je wel, zegt mijn vader, niets nieuws onder de zon.

We zijn het er wel over eens dat je niet zomaar tijden met elkaar mag vergelijken. De omstandigheden zijn altijd anders. Mijn vader vertelt nog dat boer Koekoek in de Tweede Kamer vaak verontwaardigd was. ‘Ik weet niet waar het over gaat, maar ik ben teuge’, zei Koekoek dan.

Als we langs het gemeentehuis lopen ziet mijn vader weinig mensen in het gebouw. Ik leg uit dat veel ambtenaren nu ook thuis werken. Allemaal het gevolg van corona pa, zeg ik. Met geweldige apparaten kan dat tegenwoordig. Hoe bestaat het, zegt hij, terwijl wij mensen tegemoet lopen die allemaal op telefoontje kijken en bakfietsen met kleine kinderen passeren.

Als we verder lopen valt het vele onkruid op in de straten en langs de trottoirs. Ik vertel dat er veel mensen zijn die zich hieraan ergeren, maar anderen het geen enkel probleem vinden. Vroeger pakte je toch een schoffel en bezem en veegde je toch je eigen straatje schoon, zei mijn vader. Wat is het probleem?

Als we door het tunneltje lopen richting Tiendweg lopen we naar het DCV-veld. Nog precies op de plek waar mijn vader wel eens ging kijken naar de plaatselijke voetbaltrots. Naar Pieter de Haij en naar keeper Frank van Wijnen, die kende hij goed. Mijn vader vond het veld er maar raar uitzien. Dat is kunstgras pa, zei ik. Daar voetballen ze tegenwoordig op.

We lopen naar de Stormpolder en hij keek zijn ogen uit. Wat een drukte en wat een bedrijven. Hij vertelde over de oude Koolteerfabriek waar hij nachtwaker was. We liepen er naar toe en ik zei dat het gebied nu nog steeds afgezet is vanwege vervuiling. Hij vertelde over de oude scheepswerf van Van der Giessen en verbaasde hij zich over de enorme hal die er nu staat. Bij de Waterbus vertelde ik dat je zo naar Rotterdam of naar Dordrecht kon varen.

Verder door de polder wandelend kwamen we bij de PI terecht. Precies op de plek waar zijn ouderlijk huis had gestaan. Een paar kleine huisjes in een buurtje zoals dat toen werd genoemd. Hij woonde daar met zijn broers en zussen. Het toilet was een buiten WC. Hij vertelde ook nog over de Sliksloot, ooit gegraven in het kader van de werkverschaffing. Het werd de haven voor Krimpense binnenschippers.

De Slikslootbrug was destijds de verbinding tussen de polder en de Poldersedijk. Daar heb ik je moeder ontmoet, zei hij. En op de dijk liepen in het weekeinde jongens en meiden. Hier zijn veel stelletjes ontstaan, zei hij. Het werd de huwelijksmarkt genoemd. Ik vertel dat er nu gedate wordt via TV en internet.

Tijden zijn veranderd pa ….