Gewonigheid 

De column van Gert Visser

2 november 2024 Gert Visser

Onlangs las ik een serie gesprekken met 100-jarigen over hun leven. Zij vertelden over dingen die zij in hun lange leven hadden meegemaakt. De verhalen maakten veel indruk op mij. Wat een levenswijsheid komt er dan voorbij!

100-jarigen van nu hebben armoede en welvaart meegemaakt, deelden groot en klein verdriet. Zij waren getuige van grote ontwikkelingen en bouwden mee aan ons land, allemaal op hun eigen manier. Wat mij opviel was de tevredenheid die zij uitstraalden. Het besef dat de welvaart die is opgebouwd niet zomaar is komen aanwaaien, dat er hard voor gewerkt is. En dat we er vooral zuinig op moeten zijn.

Het grootste gedeelte van hun leven kenden zij geen televisie, telefoon of internet. Kunnen wij het ons nog voorstellen? Het is daarom dat zij die levenswijsheid zo treffend onder woorden kunnen brengen. Omdat zij erbij waren en de verschillen kunnen benoemen.

Wat mij het meest opviel aan die verhalen is dat zij ondanks de vele akelige dingen die zij beleefden nog altijd levenslust uitstralen en optimistisch zijn. Zij kunnen relativeren, zien de nuances. Omdat veel dingen in het leven nu eenmaal niet zwart of wit zijn. In onze wereld van praatprogramma’s, internet en snelle meningen is het een verademing naar hen te luisteren en hun verhalen te lezen. We kunnen er zoveel van leren.

Iedere week spreek ik als vrijwilliger in een instelling met oudere mensen. Mensen die een vol leven achter de rug hebben en graag over het verleden willen praten. Tijdens een wandeling of gewoon in hun huiskamer.

Natuurlijk gaat het dan over vroeger. Veel herinneringen komen dan boven. Over hun dorp, hun stad, hun familie, hun baan, hun belevenissen. Het is zo mooi om daarover met elkaar te praten. Een man vertelde mij dat er tegenwoordig zoveel geklaagd wordt. ‘Mensen moesten zich schamen’, zei hij. ‘Alles heet nu crisis, laat me niet lachen, we hebben het nog nooit zo goed gehad.’

Zo sprak ik met een mevrouw die een zware ziekte had overwonnen. Zij was zo dankbaar dat ze de ziekte had overwonnen. Zij vertelde dat gewone alledaagse dingen voor haar zo bijzonder waren geworden. Dingen die ogenschijnlijk saai en gewoon lijken, maar niet zijn.

Zij genoot iedere dag van een ontbijtje met een boterhammetje, van lezen, van een douche, van een wandelingetje in de zon, in de regen, in de wind.

Zij omarmde de ‘gewonigheid’ van alledag …