Zaterdagochtend bij de club
De column van Gert Visser
8 februari 2025 Gert Visser
Uit mijn raam zag ik ze vanmorgen weer fietsen richting sportvelden. De voetbaljeugd op weg naar de club. Zoals zovele jongelui die op zaterdag hun wedstrijdjes spelen, in welke sport dan ook. De hele week naar uitgekeken.
In trainingspakken, wangen rood van de koude oostenwind, lachend, pratend, vol verwachting. De zaterdag is begonnen! Het is hun ochtend, hun moment, hun wedstrijd. En ik voel het dan ook weer helemaal, dat heerlijke gevoel van vroeger. Op naar de wedstrijd!
Als klein jochie in de jaren zestig was de zaterdag ook voor mij het hoogtepunt van de week. Bij mijn voetbalclub DCV was daar altijd meneer Bons, een man met een hoed, die op de training in de week kaarten had uitgedeeld waarop stond in welk team je op zaterdag zou spelen. Hij was secretaris, leider, coördinator en coach tegelijk. Mijnheer Bons was de belangrijkste man in mijn jonge voetballeven, mijn held.
Maar terug naar de zaterdag van nu.
Het gevoel is nog onveranderd. De wekker is overbodig, niks uitslapen want de opwinding van de wedstrijd wekt je al veel eerder. Springend uit bed, trainingsbroek aan, naar beneden. De geur van verse broodjes vult het huis, maar je gedachten zijn al verder. Op het veld, bij je teamgenoten. Bij de wedstrijd, bij de bal.
De sporttas? Gisteravond al ingepakt. Schoenen, scheenbeschermers, een bidon. Klaar voor de strijd! Niets kan het enthousiasme temperen. Op de fiets steeds harder zodra het sportpark in zicht komt. Daar, bij de ingang, de eerste bekenden. Teamgenoten, trainers, ouders …
Op de club bruist het al volop. De vlaggen wapperen in de wind. Vrijwilligers hebben de velden in orde gemaakt. De kleedkamers zijn open, de ballen worden opgepompt. De kantine ruikt naar koffie en warme chocolademelk. Ouders kletsen langs de lijn, trainers bespreken tactieken, spelers strikken veters met trillende handen van ongeduld.
Het fluitsignaal. Dan is er alleen nog de bal. Rennen, dribbelen, passen, scoren! Gelach, gejuich, soms een teleurgestelde blik na een tegendoelpunt, maar niemand die daar lang bij stilstaat. Dit is het spel. Dit is de zaterdag.
Na afloop verzamelt de sportjeugd zich in de kantine. Met rode wangen en bezwete haren zitten ze samen met een lekker flesje sportdrank, een tosti, nagenieten, napraten, analyseren. Misschien was die ene pass net te hard, of had dat schot nét iets meer richting moeten hebben. Maar ach, wat maakt het uit? Dit is hun plek. Hun club. Hun tweede thuis.
En straks? Straks fietsen ze terug naar huis, moe maar gelukkig. Het maakt niet uit of ze hebben gewonnen of verloren.
Want één ding is zeker: over zes nachtjes slapen is het weer zover. Het mooiste vooruitzicht dat er is, zaterdagochtend bij de club …
