Sliksloot

De column van Gert Visser

1 maart 2025 Gert Visser

Ik scroll graag door foto’s van de Historische Kring over Krimpen. Iedere keer zie je dingen die je als geboren Krimpenaar zo aanspreken en je weer terugbrengen naar je jeugd. Dit keer had ik het met foto’s van de Sliksloot, de Koolteerbrug en de zogenaamde gemeentegrond. Het is geschiedenis want de Sliksloot heet nu Sliksloothaven, de Koolteerbrug en de gemeentegrond bestaan niet meer.

De Sliksloot vormde van oudsher de overgang van de Lek naar de IJssel en speelde een belangrijke rol in de waterhuishouding en scheepvaart van het gebied. In de periode 1926-1936 werd de Sliksloot als werkverschaffingsproject verbreed en uitgediept. Dit gebeurde in twee fasen, waarbij de sloot werd afgedamd en drooggepompt. Met schop en kruiwagen werd de bodem tot 3 meter onder NAP uitgegraven.

Ik zag op de foto’s de Koolteerbrug, de oude verbinding tussen de Poldersedijk en de Stormpolder over de Sliksloot. Ik moet dan aan mijn ouders denken. Mijn vader kwam uit de Stormpolder, mijn moeder woonde aan de Poldersedijk. De Koolteerbrug heeft hen letterlijk verbonden. Althans, dat denk ik, want ik heb het ze nooit gevraagd. Die vragen komen meestal later als je het niet meer kunt vragen.

De Koolteerbrug werd in 1954 afgebroken en vervangen door een brug waar nu per dag duizenden auto’s en vrachtauto’s overheen rijden richting Industrieterrein.

Maar goed, de Sliksloot.

De Sliksloot werd uiteindelijk de haven voor Krimpense binnenschippers. Ook het schippersinternaat was er gevestigd. Ik zag ook nog de gemeentegrond voorbij komen. Een groot stuk grond aan de Poldersedijk. Het is nu helemaal bebouwd, maar in mijn jeugd kon je er heerlijk spelen.

Vooral de zandtrechter vond ik geweldig. Er meerden in die tijd veel zandschepen aan. Schepen met de naam ZAGRI. Zand en grind. Het zand werd dan door de zandschippers met een bak uit het ruim geschept en in de trechter gemikt. Als kind vond ik dat machtig mooi.

Het zand werd aangevoerd voor de bouw van de nieuwbouw in Krimpen. Kiepwagens brachten het zand verder Krimpen in. Ik speelde er graag met mijn vriendjes. Ook aan de waterkant. Wij mochten uiteraard niet langs het water komen. Daar zaten de bullebakken werd mij altijd voorgehouden. Maar dat weerhield ons niet.

Als het hoog water was werd het spannend voor de mensen die aan de Poldersedijk woonden. In de bakkerij van mijn ooms was er regelmatig sprake van hoogwater. Het tij werd bij storm nauwlettend in de gaten gehouden. Als het water de gemeentegrond bereikte werden vloedplanken geplaatst om de bakkerij droog te houden, maar menigmaal stond de boel onder water. Het bracht de bewoners aan de Poldersedijk veel overlast.

De geur van het water van de Hollandsche IJssel en de Koolteer herken ik nog zo. Er lag langs de waterkant in die tijd ontzettend veel rotzooi. Huisvuil werd vaak gewoon in de IJssel gedumpt. Verder veel houten planken, teertonnen, dooie vissen. Zo krap keek men niet in die tijd. Maar Bullebakken heb ik overigens nooit gezien.

Oude foto’s, een reis door de tijd, maar van zoveel waarde. Voor mij dan …