Gouden horloge
De column van Gert Visser
12 april 2025 Gert Visser
In een doos met oude familiedingetjes kwam ik wat oude horloges tegen. Ik moest denken aan een gouden horloge dat mijn oom als jubileumgeschenk kreeg van zijn werkgever, als erkenning voor zijn jarenlange toewijding. Niet zomaar een sieraad, of een klokje, maar een tastbaar symbool van een tijdperk waarin loyaliteit werd beloond met meer dan alleen een loonzakje met verdiend geld.
Het gouden horloge was een eerbetoon uit een tijd waarin een werknemer niet zomaar een werknemer was, maar een gewaardeerd lid van een bedrijfsgemeenschap. Uit een tijd dat lange vaste dienstverbanden de boventoon voerden. We spreken over de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Mijn oom was lasser op een scheepswerf in een tijd waarin werknemers en werkgevers nauw met elkaar waren verbonden. Je werkte ergens niet zomaar; je hoorde erbij. Zijn werkgever noemde hij zijn baas, die zijn mensen bij naam kende en zich op de werkvloer liet zien. Mijn oom was altijd goed te spreken over zijn baas. Hij overwoog nooit om ergens anders te gaan werken.
Maar tijden zijn veranderd. Bedrijven en organisaties zijn groter, anoniemer, en het idee van een loopbaan bij één werkgever lijkt achterhaald. Tegenwoordig is een ‘carrière’ steeds meer een keten van tijdelijke contracten, freelanceklussen en strategische overstappen. De vele reorganisaties die werknemers nu vaak meemaken hebben vele jubilea geknakt.
Werkgevers kijken niet meer alleen naar loyaliteit, maar ook naar flexibiliteit. En werknemers? Die hebben geleerd om voor zichzelf te zorgen, om hun cv op te bouwen en door te hoppen naar betere kansen. Dat is geen puur verlies. Werknemers hebben nu meer autonomie, meer keuzevrijheid. Ze zijn minder afhankelijk van de gunst van hun werkgever.
Maar er is ook iets verloren gegaan: de wederzijdse betrokkenheid, de zekerheid dat je werk niet alleen een bron van inkomsten is, maar ook een gemeenschap waarin je werd gezien en gewaardeerd. Het komt nog steeds voor, maar veel minder dan vroeger.
Het gouden horloge was niet alleen een sieraad, maar ook een symbool van trouw. Een dierbare herinnering aan mijn oom. Het was zijn ‘carrière’. Maar dat woord heb ik hem nooit horen uitspreken.
