Zonder woorden
De column van Karin Timm
3 mei 2025 Karin Timm
Best bijzonder eigenlijk, om een column te beginnen met deze titel: Zonder woorden. Want ja, als ik die titel letterlijk zou nemen, dan zou het nu stil moeten blijven. Tien minuten stilte... Dat zou eigenlijk ook helemaal niet zo gek zijn, zeker niet in deze dagen, zo vlak voor 4 mei. Dodenherdenking. Een moment van bezinning. Stilte om te herdenken, om na te denken.
En als we dan nog wat breder kijken, naar wat er allemaal gaande is in de wereld — oorlog, rampen, vluchtelingen, politiek geweld — dan denk ik soms: misschien zou de wereld wat vaker stil mogen zijn. Gewoon even... stil. Want het lijkt alsof we af en toe collectief de adem inhouden. Na het zoveelste schokkende nieuwsbericht. Na weer een stroomuitval, een overstroming, een onverwacht besluit van een wereldleider. Alsof de tijd zelf even stokt.
En ik vraag me dan af: zijn daar eigenlijk wel woorden voor?
“Woorden doen ertoe” – dat is inmiddels een van mijn favoriete uitspraken geworden. Sinds ik bij de overheid werk, is dat echt iets waar ik me dagelijks bewust van ben. Want als er ergens veel woorden worden gebruikt, is het daar wel. Beleidsstukken, rapporten, nota’s... En dan de taal zélf: ambtelijk, ingewikkeld, haast een eigen dialect. Ik noem het wel eens gekscherend ‘overheids-Deens’. Een mix van beleidstaal, juridische termen, en zorgjargon.
En hoewel ik me vaak voorneem om het anders te doen, betrap ik mezelf er soms op dat ik óók mee ga praten in die taal. Dat ik zinnen produceer waar ik vroeger zelf niets van had begrepen. En dat vind ik lastig, want woorden doen ertoe. Ik wil dat mensen snappen wat ik bedoel. Dat we elkaar kunnen volgen, woord voor woord.
De mens is het enige wezen dat kan praten, zei Aristoteles ooit. Maar waarom de mens dat ging doen, daar had hij geen antwoord op. Misschien omdat we elkaar willen begrijpen. Omdat we contact willen. Praten, schrijven, bloggen, vloggen, podcasts maken — zoals deze column — het zijn allemaal manieren waarop we proberen elkaar te raken. Te verstaan.
En dan duik ik natuurlijk ook weer even in de spreekwoorden. Want over woorden hebben we er nogal wat in het Nederlands. Ik deel een paar van mijn favorieten:
- Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
- Als de wijn zinkt, zwemmen de woorden boven.
- Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
- De waarheid behoeft niet veel woorden, maar de leugen heeft er nooit genoeg.
- Een goed woord baat, een kwaad woord schaadt.
Mooi hè? Het zegt veel over hoe belangrijk woorden zijn, maar ook hoe krachtig – en soms gevaarlijk – ze kunnen zijn. Want woorden kunnen verbinden, maar ook verdelen. Ze kunnen helen, maar ook kwetsen. Woorden kunnen deuren openen, maar ook dichtgooien.
Vorige week was ik op meewerkbezoek. Voor mijn werk bezoek ik zorginstellingen, zodat ik blijf zien en voelen wat er in de praktijk gebeurt. Dat contact met mijn oude vak, als verpleegkundig specialist, vind ik belangrijk. Deze keer bezocht ik samen met een collega een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Daar werd ik uitgenodigd om kennis te maken met vaktherapie.
Vaktherapie... dat is een behandeling waarbij mensen niet praten, maar voelen. Door te schilderen, te boetseren, te bewegen of muziek te maken. Heel geschikt voor mensen die al jarenlang in therapie zijn, en voor wie woorden simpelweg niet meer toereikend zijn. Mensen die vastlopen in gesprekken, in diagnoses, in formulieren. Hun pijn laat zich niet vangen in zinnen. Maar die pijn móet er wel uit.
En dan zie je hoe krachtig communicatie zonder woorden kan zijn. In een beeld, een klank, een gebaar. Hoe iemand zijn diepste verdriet, zijn grootste angst kan uitdrukken zonder ook maar één zin te hoeven formuleren. Woorden schieten tekort, letterlijk.
We spraken daar vier cliënten. Vier mensen die zeiden: zonder deze therapie waren we er niet uitgekomen. Woorden alleen waren niet genoeg. En dan denk ik op de terugweg: misschien hechten we soms wel té veel waarde aan taal. Misschien overschatten we de kracht van woorden.
Want praatjes vullen geen gaatjes. En mooie zinnen maken nog geen oprechte verbinding. Het is de intentie die telt. De echtheid. Niet wát je zegt, maar hóe je het bedoelt. Of je stil kunt zijn als het nodig is. Of je kunt luisteren. Echt luisteren.
Bij ons thuis zeggen we wel eens: als je niets aardigs kunt zeggen, zeg dan maar even niets. En soms is dat het beste advies. Want stilte kan ook spreken. Soms zegt een blik, een hand op je schouder, een moment van samen zwijgen, meer dan duizend woorden.
En dus — zo vlak voor 4 mei, zo midden in een wereld vol lawaai — stel ik voor: laten we de woorden niet laten verdwijnen, maar wel bewuster kiezen. Met meer aandacht. Meer betekenis. En soms, gewoon even... geen woorden.
Tien minuten stilte? Misschien niet letterlijk, maar wel figuurlijk. Even voelen in plaats van praten. Even zijn in plaats van zenden. Want ook zonder woorden kunnen we elkaar vinden.
