De toekomst van de ouderenzorg

De column van Karin Timm

17 mei 2025 Karin Timm

De uitdagingen in de zorg zijn prangend en in de ouderenzorg zo mogelijk nog prangender. Zomaar wat quotes uit recente nieuwsberichten:

“Van de ouderen die in het ziekenhuis liggen, kan 15% niet terug naar huis, schat een klinisch geriater. Daar is hun gezondheid te slecht voor. Maar een plek in het verpleeghuis is er ook niet direct. Nog eens ruim een kwart wordt tegen beter weten in naar huis gestuurd. Van de honderd mensen die een maand langer op een plek in een verpleeghuis moeten wachten, belanden er drie extra in een ziekenhuis.”

“Van de ondervraagden vindt 64% dat het verzorgingshuis moet terugkeren. Van de 65-plussers is zelfs niemand die daartegen is. Maar vraag of ze daar willen wonen en het antwoord is nee.”

Vorig jaar was al meer dan 26% van alle Nederlanders 65 jaar of ouder. Het aantal hulpbehoevende ouderen neemt toe, het aantal zorgprofessionals niet. Voorspellingen: de verpleeghuiszorg kampt in 2032 met een tekort van 37.800, de thuiszorg 18.800 professionals. Het totale tekort in de sector Zorg & Welzijn zal dan 137.000 zijn.

We moeten – en dat besef wordt breed gedeeld – slimmer omgaan met al bestaande capaciteit. We moeten kijken naar wat er kan dichtbij huis, mensen op het spoor naar elkaar zetten. Niet naar elkaar wijzen, maar het met elkaar oppakken. Ieder vanuit zijn eigen taken en verantwoordelijkheden en met het oog voor het geheel.

Het vraagt om een andere aanpak en oplossingen. Binnen het huidige systeem van wet- en regelgeving komt het niet of niet goed van de grond. Er zijn nu teveel loketten en te weinig overzicht. Het huidige systeem van ouderenzorg lijkt nog het meest op een doolhof. Voor ouderen en hun naasten voelt het alsof ze eerst een cursus zorglandschap moeten volgen voordat ze überhaupt hulp krijgen. Gemeente, informele zorg, zorgverzekeraar, thuiszorgorganisatie, huisarts, mantelzorg, Wmo-loketten… en over de Wlz financiering nog maar niet te spreken. Er is zoveel en toch nog onvoldoende om het makkelijk vindbaar en uitlegbaar te maken voor iedereen die zorg of ondersteuning nodig heeft.

Hoe ziet de ouderenzorg eruit in 2040 als we de komende jaren sámen de antwoorden en oplossingen die we nu al kennen, in de praktijk weten te verwezenlijken? Laten we een kijkje in die toekomst nemen. Ik nodig u uit met mij mee te gaan. Naar de dagelijkse praktijk van een sterk vergrijsde samenleving. Naar Nederland in 2040. De vergrijzing is inmiddels op z’n hoogtepunt.

2040. Ik ben dan zelf 72 jaar. Een paar jaar met pensioen, hopelijk nog fit genoeg! Krimpen aan den IJssel heeft dan een eigen Voorzorgcirkel waar ik deel van uitmaak. Kwetsbare ouderen in mijn wijk help ik, net als toen ik tien was, met hun boodschappen. Ik rij hen naar het ziekenhuis, bel elke dag met de mensen die wat verderaf leven en graag contact houden, lees voor en zing voor wie dat leuk vindt uiteraard. Voorzorgcirkels, zorgzame buurten; het zijn inspirerende voorbeelden van ‘samenredzaam’. Samenredzaamheid draait om het activeren van de gemeenschap, het weer normaal maken van het omzien naar elkaar.

Momenteel breiden deze initiatieven zich in een redelijk tempo uit over Nederland. De nog fitte oudere ondersteunt in kleine netwerken de kwetsbare oudere die daardoor langer zelfredzaam in de eigen omgeving kan blijven wonen.

Je bent boven de 67 niet ineens uitgerangeerd. Dit weekend las ik in een krant: volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is een kwart miljoen van de werkenden een AOW'er. Vijf jaar geleden stond de mogelijkheid voor doorwerken nog in 21 procent van de cao's. Nu wordt in zo'n 33 procent van de gevallen gesproken over doorwerken. Ik noem het een beetje gekscherend: de waarde van de bejaarde. Laten we niet vergeten dat we daarmee ook goud in handen hebben. Als we, vanuit de gemeenschap zelf, dit goud verzilveren, heeft iedereen die aansluit de zekerheid op ondersteuning als het nodig is.

Terug naar 2040. Als ‘Voorzorger’ ontmoet ik Daphne, een alleenstaande vrouw van 86 jaar. Daphne zorgde vroeger voor mijn kinderen maar nu heeft ze zelf hulp nodig. Ze heeft reumatische artritis en is verder goed gezond. Wel was ze eerder vaak eenzaam, ze heeft familie ver weg en overdag brengt ze veel tijd alleen door.

Behalve Voorzorgcirkels voor wat dagelijkse ondersteuning is Daphne via haar huisarts doorgestuurd naar Welzijn op recept. Er is een welzijnscoach bij haar op bezoek geweest. Die heeft, samen met de vrijwilligers van Voorzorgcirkels, een aantal buurtbewoners bereid gevonden Daphne regelmatig uit te nodig voor een kopje koffie en ook een oogje in het zeil te houden en ze doet ook meerdere keren per week mee aan activiteiten in de buurtkamer. Ondanks haar artritis gaat het Daphne best goed.

Welzijn op recept bestaat sinds 2012 en is een van de ‘passende zorgpraktijken’ die op onze website genoemd wordt om zo landelijke opschaling te stimuleren. Het is een vorm van inzet vanuit een netwerk; in een open gesprek kijkt de professional welke rol en betekenis het sociale netwerk kan of wil hebben in de zorg. Daarbij houdt hij rekening met de balans tussen draagkracht en draaglast. De mogelijkheden van de mantelzorger, de naasten en het sociale netwerk zijn niet onuitputtelijk en hangen onder meer af van de aard van de onderlinge relatie.

Goede passende zorg ontstaat als we aansluiten bij het leven van de oudere en de hele sociale context zien. Niet alleen: wat kán iemand nog? Maar: wat is er al en wat mist er nog? Wat kan de buurt doen? De vrijwilliger, de zorgprofessional. Zorg voor ouderen is een puzzel die we samen (leren) leggen.

Ik ga voor een laatste keer nog even terug naar Daphne. Inmiddels is het 2046. Daphne is 92 jaar en toenemend kwetsbaar. Ze is vergeetachtig en haalt wat zaken door elkaar. Ze heeft een casemanager dementie toegewezen gekregen, maar ik heb haar ook enkele malen op de grond van haar woning aangetroffen. Ze heeft een indicatie voor opname in een verpleeghuis en staat op de wachtlijst.

En dan nu de hamvraag: zal échte landelijke opschaling lukken voor alle Daphnes van de toekomst? Dat hangt af van een aantal zaken. Ik noem hier 2 van de belangrijkste:

1. er moet meer geld naar het sociaal domein. Welzijn op recept bijvoorbeeld, wordt nu grotendeels betaald uit de WMO. Gemeente-budgetten staan onder grote druk. Uit onderzoek weten we dat medische zorg maar voor ongeveer 10-20 procent bijdraagt aan onze gezondheid en kwaliteit van leven. De eigen leefomgeving (en leefstijl) is veel bepalender. “Een onsje welzijn kan immers een kilo zorg voorkomen”;

2. een andere noodzakelijke stap: aanpassen van de Wet langdurige zorg. Die vormt in de praktijk een barrière om zorgvormen uit de Wmo, Zvw en Wlz te combineren en zit daarmee het gezamenlijk zoeken naar goede oplossingen in de weg tot ouderenzorg op maat;

3. het actief terugdringen van administratieve lastendruk voor zorgprofessionals;

4. en het beter toegankelijk maken van digitale systemen.

Ik sluit af met wat volgens mij het állerbelangrijkste is: verbinding en vertrouwen. We moeten als inwoners van Nederland erop voorbereiden dat de vergrijzing gevolgen heeft voor hoe we met elkaar samenleven. Voor u en mij als persoon betekent dit op tijd nadenken over de zorg van morgen, maar ook van vandaag. We moeten als samenleving de beweging maken naar samenredzaam en naar elkaar omzien in zorgzame buurten. Niet naar elkaar wijzen of op elkaar wachten of alleen op de overheid, maar samen met elkaar de verandering vormgeven.

Want 2040 klinkt ver, maar het begint nu!