Toen en nu

De column van Gert Visser

12 juli 2025 Gert Visser

Ik woon nog altijd in de plaats waar ik ben opgegroeid: Krimpen aan den IJssel. In mijn jeugd, in de jaren vijftig en zestig, was het leven in mijn dorp overzichtelijk.

Of dat destijds ook écht zo voelde, weet ik niet meer precies. Maar het beeld dat is blijven hangen, is er een van rust en vertrouwdheid. Je kende iedereen in de straat, de school stond om de hoek en het geluid van druk verkeer was zeldzaam.

Columnist Martin Bril schreef ooit: Als je niet weet waar je woont, ben je ver van huis.” Die zin blijft hangen, zeker als je ouder wordt en wat vaker in de achteruitkijkspiegel kijkt. Hoe zag het leven in Krimpen er toen uit? Was geluk toen inderdaad zo gewoon als vaak wordt gezegd?

Krimpen groeide in de jaren 50 naar bijna 10.000 inwoners in 1960. Nu, in 2025 zijn dat er bijna 30.000.

Het aantal woningen bedroeg in 1960 bijna 2.500. Er was sprake van een forse woningnood, net als in de rest van Nederland. Ongeveer 600 mensen zochten in 1960 in een huis. Nu telt Krimpen ruim 13.000 woningen.

Destijds woonden er gemiddeld zes à zeven mensen in één woning, vaak in grote gezinnen of met verschillende gezinnen in een huis. Nu wonen er gemiddeld nog maar twee tot drie mensen in een woning.

Ook nu spreekt men nog van woningnood.

Auto’s waren er niet zoveel. Je trapte een balletje in je straat. Een ander leuk spelletje was de kentekens van auto’s opschrijven. Inmiddels staan er nu bijna 20.000 auto’s geregistreerd in Krimpen. Een balletje trappen op straat is er niet meer bij.

In de jaren vijftig kon je nog fietsen in de straten zonder iemand tegen te komen. Nu zijn er oversteekplaatsen, verkeersdrempels, fietspaden en rotondes om alles in goede banen te leiden. Fietsen hebben batterijen gekregen, en allerlei andere vervoersmiddelen razen je voorbij.

Ook de verbindingen veranderden drastisch in de jaren vijftig. De Algerabrug, geopend in 1958, verbond ons letterlijk met de rest van Nederland. Waar Krimpen ooit het einde van de wereld leek, ontwikkelde het zich langzaam tot een forensendorp, met de blik op Rotterdam.

Tegelijk met de brug kwam de Stormvloedkering, het eerste Deltawerk. De dijken werden opgehoogd en verbreed. De watersnoodramp had duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar we waren.

Nu worden de dijken nog steeds verhoogd. Klimaatveranderingen laten nog steeds zien hoe kwetsbaar we zijn.

Krimpen werd in de loop der jaren volgebouwd. Nieuwe wijken verrezen in rap tempo. Open weilanden verdwenen, net als de meeste kleine boerderijtjes. Waar vroeger koeien graasden, kwamen straten, huizen, flatgebouwen, scholen, supermarkten en sportcomplexen.

En het werk? Krimpen was in de jaren vijftig een echte arbeidersgemeente. Veel mensen werkten in de scheepsbouw, bij Van der Giessen-De Noord, bij Hollandia of bij de Koolteer in de Stormpolder. Nu staat de Stormpolder vol met vele andere bedrijven waar duizenden mensen werken, waarvan er nog altijd veel verbonden zijn met Krimpens rijke maritieme geschiedenis.

Het zijn geen kleine veranderingen, het is een wereld van verschil. De komst van televisie, internet, mobiele telefoons en globalisering heeft ook het leven in Krimpen ingrijpend veranderd. Het voelt soms alsof we meerdere levens in één hebben geleefd.

Wat me altijd raakt, is hoe tastbaar het verleden nog kan zijn. Oude luchtfoto’s waarop je precies kunt aanwijzen waar je speelde, waar je woonde, waar je zandbak of speeltuin stond.

Of als je door oude familiealbums bladert, gesprekken voert met oudere Krimpenaren die al deze veranderingen hebben meegemaakt, of de vele boekjes leest over het oude Krimpen.

Die verhalen en beelden geven het verleden gewicht en betekenis. Ze maken de veranderingen voelbaar. Het werk dat de Historische Kring Krimpen al jarenlang verricht, is daarbij van onschatbare waarde.

In zeventig jaar tijd veranderde Krimpen van een dijkdorp in een moderne woonplaats in de schaduw van Rotterdam. Maar wie bewaart nog de verhalen? Wie vertelt nog over de melkboer aan huis, de kerk als middelpunt van het dorp, het rijke verenigingsleven, of de houten bruggetjes over de sloten?

Misschien is dat precies wat ik nu probeer te doen: doorvertellen. Niet omdat vroeger alles beter was, maar omdat het belangrijk is te weten waar je vandaan komt en wat er allemaal veranderd is in ons dorp.

Alleen dan weet je waar je echt woont.