Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie: lees ons cookie-beleid of verberg deze melding. ×

Geen Manhattan aan den IJssel

De column van Reinier Cornet

21 februari 2026 Reinier Cornet

De gemeenteraad van Krimpen neemt, als het aan het college ligt, deze maand nog een besluit over een eerste ontwerp voor een forse woontoren op de plek van voormalig hotel De Stuw, ook wel bekend van het Wok Theater en waar nu restaurant De Zoutsteen is gehuisvest. Dat dit onderwerp überhaupt op de agenda van de raad staat, is al bijzonder. Een demissionair college bestaat in gemeenteland niet, maar het is gebruikelijk dat de laatste raadsvergaderingen vóór verkiezingen draaien om minder gevoelige, technische onderwerpen. Hete hangijzers, daar brandt de raad zich zo vlak voor de verkiezingen liever niet meer aan.

Toch heeft het college, met wethouder Wubbo Tempel als portefeuillehouder, de raad gevraagd om juist in de laatste vergadering vóór de verkiezingen over dit ontwerp te besluiten. Aan de ene kant moedig, aan de andere kant misschien ook wat naïef. In verkiezingstijd grijpen partijen immers elke kans aan om zich te onderscheiden. Met een beetje pech wordt zo’n onderwerp speelbal in de campagne. Dat dreigt nu ook te gebeuren, nu de SGP heeft aangekondigd meer dan vijftig vragen te stellen over het voorstel dat naar de raad is gestuurd.

Vragen staat vrij, maar de boodschap van de partij die nota bene in de coalitie zit is duidelijk: geen besluitvorming over dit gevoelige onderwerp vóór de verkiezingen. Want een hoge woontoren past niet bij het dorpse karakter van Krimpen. Daarvoor moet je aan de overkant van de IJssel zijn. Geen Manhattan aan den IJssel, aldus de SGP.

Maar hoe terecht is die opvatting? Dat er discussie is over hoogbouw in Krimpen is alleen maar goed. Krimpen is tot aan de grenzen toe volgebouwd. Een nieuwe wijk zoals Lansingh Zuid bouwen zit er simpelweg niet meer in. Wie wil bouwen, zal dus de hoogte in moeten. Moet dat meteen 23 bouwlagen zijn? Daar kun je over twisten. Maar dat op sommige plekken de hoogte in moet worden gegaan, lijkt onvermijdelijk. Tenzij je helemaal geen woningen meer wilt toevoegen. Dan heten we niet alleen maar zo, maar dan zijn we letterlijk aan het Krimpen aan den IJssel. We worden dan een krimpgemeente, aangezien huizen dan gelijk blijft maar het aantal personen in een huishouden steeds kleiner wordt. En dat heeft forse gevolgen.

Tegelijkertijd wil niemand wil dat Krimpen in 2050 alleen uit woontorens bestaat. Juist daarom is het belangrijk dat de raad bepaalt waar hoogbouw wél kan en waar niet. 

Wie stelt dat een woontoren van 23 etages niet past bij het dorpse karakter van het centrum, heeft misschien niet in de gaten gehad dat het centrum de afgelopen jaren al sterk is veranderd. Met de komst van appartementencomplexen in het Prinsessenpark en Centrum-Zuid is er aanzienlijk meer hoogbouw bijgekomen. En  in het centrum staan nu al meerdere woontorens, waarvan Waardzicht met achttien etages de hoogste is. Krimpen is, zeker in het centrum, al sterk verstedelijkt. Is een slanke toren van 23 verdiepingen dan echt niet passend? Wie zal het zeggen?

Wat in elk geval óók niet past bij een dorps karakter, is hoe het gebouw er nu bij ligt. Het is weliswaar geen hoogbouw, maar de grijze blokkendoos die De Stuw momenteel is, vormt evenmin een prettige entree vanaf de Algerabrug. Wie zich verzet tegen een woontoren, moet zich realiseren dat het alternatief kan zijn dat je nog jaren tegen het huidige gebouw aankijkt.

Bekijken we het andersom: als hoogbouw onvermijdelijk is in een volgebouwde gemeente, dan is deze locatie juist een plek waar een toren relatief weinig afbreuk doet aan de omgeving. Een hoge toren in Oud-Krimpen, Boveneind of Langeland, daar wil niemand aan denken. Maar De Stuw is wellicht de minst slechte plek om ervoor te kiezen de hoogte in te gaan.

De angst om het dorpse karakter te verliezen is overigens begrijpelijk. In mijn straat in Oud-Krimpen groeten mensen elkaar nog. Je loopt de deur niet bij elkaar plat, maar je kent elkaar wel. Dat geeft een gevoel van saamhorigheid dat past bij dorps wonen. Een dorps karakter zit echter niet alleen in stenen. Als dat zo was, zou Krimpen aan den IJssel zich moeilijk nog een dorp kunnen noemen. Krimpen is één van de meest verstedelijkte gemeenten van Nederland: sterker nog, op de ranglijst van gemeenten met de meeste inwoners per vierkante meter staat Krimpen op plek 13, tussen Utrecht en Zoetermeer in. Hoezo een dorp?

Nee, een dorps karakter heeft niet alleen maar met stenen te maken. Het zit ook in hoe mensen met elkaar omgaan: verbondenheid, rust, herkenning. Ook dat moeten we koesteren, maar valt of staat niet met een extra toren in het centrum erbij.