Rampen in de Krimpenerwaard

De column van Leo de Oude

8 juli 2006 Leo de Oude

Rampen in Krimpen

Luisteraars,

Lusteloos raap ik het huis-aan-huis blaadje van de deurmat. Er staat toch nooit iets bijzonders in die krantjes. Maar terwijl ik ermee naar binnen loop knalt mijn ongelijk mij met grote letters tegemoet. 'Meeste risico op ramp in Krimpen' schreeuwt de openingskop. Niets bijzonders? 'Meeste risico op ramp in Krimpen'. Oei, denk je, en Bagdad dan? Kabul? Uruzgan? Zou daar echt een kleinere kans op een geweldige ramp bestaan? Goed lezen – ook de kleine letters – is dan de boodschap. Want in kleine letters relativeert het artikel zijn uitroep: 'Van alle gemeenten in Krimpenerwaard'. Dat scheelt. Maar toch…

Risico en rampen. Het kan gebeuren. Hoe je te beschermen? Ineens komt een draaiboek uit het verleden in gedachten. Uit de tijd dat we werden voorbereid op de grote ramp. Wat moesten we doen, wat moesten we laten. Zouden we het nog weten? Laten we maar eens oefenen in ons risicovolle rampendorp. Daar gaat de sirene. Vluchten kan niet meer. Maar waar kunnen we schuilen? De herinneringen komen glashelder naar boven. Schuilen? In het gootsteenkastje. Daar zat je veilig, werd ons geleerd. Het kastje was er helemaal voor ingericht. Maar zoals het nu is kunnen we er met het hele gezin echt niet in. Zo volgepropt is het. Al die rommel er uit: de citruspers, de barbecue, de broodbakmachine en de blender, ja zelfs de senseo. Zo dat ruimt op. Gelukkig, helemaal achterin staat nog het noodvoorraadje. We kruipen in het kastje en dat gaat weer net zo goed als indertijd. Gezellig wel, zo allemaal bij elkaar.

Om beurten hanteren we de knijpkat. Verlangend kijken we naar het noodvoorraadje. Waarom ook niet? De stapels blikjes wiebelen een beetje, want deksel en bodem staan een beetje bol. Wat zou de t.h.t.-datum zijn? Niet te vinden, geen 'tenminste houdbaar tot', dus alles is nog goed. De hutspot heeft een uitbundig aroma, maar smaakt prima. En het roggebrood is helemaal een traktatie. We vertellen elkaar wat leuke verhalen en zo vliegt de tijd.

Een beetje beweging is goed voor lijf en leden. De schouders tegen elkaar in draaien. Het bekken kantelen en weer terug. Kuitspieren aanspannen en lossen. Na een paar uurtjes zijn we er van overtuigd weer echt klaar te zijn voor een ramp. We gaan er uit. Nog niet direct. Iemand moet eerst het teken einde alarm geven. eeeeeeeeeee. Nu mogen we er uit.

Einde oefening. De oefening is ten volle geslaagd. Om onszelf te belonen gaan we een mooie wandeling maken. Door de brede groene dreven van ons dorp. De bladeren van de bomen maken van de laatste zonnestralen een fascinerende lichtshow. Een fontein ruist. Een vogel laat een laatst geneurie horen. In roerloze aandacht luistert de landouw. Rust en stilte in volmaakte harmonie.Daar kikker je van op. Ja, het is zeker geen ramp om in dit lieflijke dorp aan de IJssel te wonen.

Krimpen aan den IJssel, 8 juli 2006 (481 woorden)