Zwerfvuil
De column van Leo de Oude
26 augustus 2006 Leo de Oude
Zwerfvuil
Luisteraars,
vandaag gaan wij een probleem oplossen dat in heel Nederland zijn sporen achterlaat. Zelfs onze lieflijke dorpjes aan de IJssel blijven er niet van verschoond.
U begrijpt natuurlijk wel wat ik bedoel.
Inderdaad: zwerfvuil!
Wij ergeren ons allemaal wel eens aan rotzooi langs de weg en in plantsoenen. Blikjes. Poepluiers. Oude kranten. Wat doe je er aan? Niet veel. Mopperen en verder niets.
Maar het wordt wat anders als de Haagse bestuurders zich gaan ergeren. Dan zit een bewindspersoon klaar om in te grijpen. Niet in de poepluiers, maar in het probleem. Er komt een breed overleg. Met gemeenten, want vooral op hun gebied ligt het vuil. En met het bedrijfsleven, want indirect is dat de veroorzaker van het zwerfvuil.
Wat levert het overleg op? Maatregelen. Er worden controleurs aangesteld. Die houden de directe veroorzakers van de troep in de gaten. Dat is gewoon de burger. Dat zijn u en ik. We zijn niet zo braaf. Er wordt op ons gelet. Pas maar op. Als u betrapt wordt dan gaat u dat dik geld kosten. Zo laat u het wel uit uw hoofd om alle rommel op straat te gooien. Einde van het probleem.
Natuurorganisaties geloven daar niet in. Die denken dat er nooit genoeg controleurs zullen zijn om iedereen in de gaten te houden. We willen eigenlijk helemaal niet zoveel controle. En als we nou toch zo'n blikje kwijt willen, dan kijken we toch even om ons heen. Geen uniform in de buurt? Dan gooien we het toch zo weg. Vanuit de auto gaat het allemaal nog makkelijker. Nee, de natuurorganisaties zijn somber over het resultaat van wat daar in Den Haag is bekokstoofd.
Maar hoe dan wel?
Begin bij het goede in de mens. Zei Rousseau al niet dat de mens van nature goed is en dat hij recht en orde bemint? Daar ligt een portemonnee in het gras. U vindt die. Goed gevuld. Aantrekkelijk om in uw zak te steken en verder niets te doen. Maar u komt in actie. Er staat een naam in. Het lukt u de eigenaar op te sporen. Wat is die gelukkig. Hij biedt vindersloon aan. U aarzelt even, maar met alle moeite die u hebt gedaan, vindt u dat wel rechtvaardig. Iedereen tevreden. Dat kan ons iets leren.
Daar loopt de zwerfvuilcontroleur. Hij heeft nog niemand kunnen betrappen op het weggooien van een blikje, maar daar ligt er weer een. Dat is nu zijn gevonden voorwerp. Voor hem is het niet zo moeilijk om de vermoedelijke eigenaar op te sporen. Die heeft zijn naam in duidelijke schrijfletters er op gezet. Laten we het maar even de firma X noemen.
Controleur brengt het blikje bij X, die niet ontkent dat het blikje van hem afkomstig is. Vindersloon is nu niet interessant. De receptioniste van het bedrijf tekent voor ontvangst. Het enige wat de controleur nog doet is een rapportje opmaken van het voorval.
Dat belandt op de tafel van een ambtenaar-nieuwe stijl. Zo'n commerciƫle figuur, die bereid is als overheidsdienaar hard te werken, maar daarvoor moet de overheid wel iets terugzien. De overheid als ondernemer.
De controleur is met de hele affaire zeker een uur bezig geweest. Als afwikkeling gaat er daarom een factuur naar de firma X: 60 euro. Ambtelijke afhandeling van het bij de rechtmatige eigenaar terugbrengen van een gevonden voorwerp. De firma X pruttelt nog wat dat het blikje niet meer van haar is. Zij heeft het blikje verkocht aan de supermarkt Y, die het doorverkocht heeft aan klant Z. Met geen mogelijkheid kan de firma X dat verhaal bewijzen. Voorlopig houden we het er maar op dat het blikje volgens de regels terug is bij de rechtmatige eigenaar.
Kijk, dat is nu het mooie van de ondernemende overheid. Er zijn twee mogelijkheden. De firma X krijgt genoeg van steeds weer 60 euro per blikje te betalen. Zij neemt afdoende maatregelen die het weggooien van blikjes voorkomen. Als dat niet lukt betaalt ze netjes de zestig euro per blikje. De overheid krijgt er een mooie inkomensbron bij. Daar kunnen zwerfvuilcontroleurs van betaald worden.
Zo raakt het Koninkrijk der Nederlanden van zijn zwerfvuil af.
26 augustus 2006
