Geen romantische films!
27 december 2008 Alfons Schramm Happy Hour
Goed nieuws voor mannen die niet van romantische komedies houden en vaak mee moeten kijken van hun vrouwen. Romantische komedies blijken namelijk slecht voor een relatie. Dat blijkt uit een Brits onderzoek. De verklaring is simpel. Romantische komedies geven je onrealistische relatieverwachtingen en laten je geloven in die ene onvoorwaardelijke, voorbestemde en perfecte liefde. Maar zo gaat het er in het echte leven natuurlijk niet aan toe, waardoor filmkijkers zich teleurgesteld en alleen voelen. Dus laten we maar gewoon kijken naar actiefilms en dergelijke.
En actie zit er genoeg in Happy Hour. Het is de laatste zaterdag van de maand en jaar, dus Ellen Bommelje komt langs voor het programma-onderdeel "Blij met de bieb". De hoofdmoot is deze maand "Madame Bovary" van Gustave Flaubert. Gustave Flaubert was de zoon van een chirurg. Al vanaf zijn kindertijd voelde hij de eentonigheid van het leven in de provincie, en die sfeer stond hem nog bij tijdens het schrijven van Madame Bovary (1857) en Le dictionnaire des idées reçues (postuum, 1911). Hij poogde de verveling te verdrijven door zich al op heel jonge leeftijd op de literatuur te storten. Vanuit die ervaring schreef hij zijn eerste teksten al toen hij nog op het lyceum zat, de meeste met een sombere, melancholieke boventoon. Mémoires d'un fou, geschreven in 1838 en postuum uitgegeven in 1900, was het eerste werk waarin hij autobiografisch probeerde te schrijven. Zonder geestdrift of toewijding begon hij aan de rechtenstudie in Parijs die hij moest opgeven voordat hij die had afgerond, toen hij in de loop van het jaar 1844 getroffen werd door een zenuwziekte. Van deze ziekte bleef hij last ondervinden tot het eind van zijn leven, maar hij kon zich daardoor wel volledig wijden aan de letterkunde. Als jong rentenier leefde hij van toen af aan een teruggetrokken bestaan in Croisset, een plaatsje dichtbij Rouen, waar zijn familie een landgoed gekocht had. Deze tijd zonder reguliere bezigheden gebruikte hij om de eerste versie vanL'éducation sentimentale af te maken. Over zijn afzondering, besteed aan de letterkunde, zijn verhalen ontstaan die van Flaubert een soort van kluizenaar hebben gemaakt, of een benedictijner monnik toegewijd aan de letteren. Flaubert stond bekend als een zeer erudiet man, iemand die ongelooflijk hard kon werken en die strenge eisen stelde op het gebied van de esthetiek. Inderdaad verliet hij zijn woonplaats Croisset, en zijn schrijftafel, nog slechts voor een paar verre reizen, de eerste naar het Midden-Oosten met zijn vriend Maxime du Camp (1849–1851), en later naar Algerije en Tunesië (1858). Maar ook verbleef hij nu en dan voor langere tijd in Parijs waar hij verkeerde in kringen van letterkundigen. Hij isoleerde zich dan misschien tot op zekere hoogte, maar dat belette hem niet een trouw vriend te zijn, getuige de briefwisseling die hij onderhield met zijn vrienden en in het bijzonder met Louise Colet – die hij leerde kennen in 1846 en die zijn minnares zou blijven tot 1854 –, maar ook met George Sand, Théophile Gautier en Guy de Maupassant. Deze briefwisseling is zeer omvangrijk; de inhoud is ontroerend en van hoog geestelijk niveau. Zij is bovendien een rijke bron van biografische gegevens die een verhelderend licht kunnen werpen op zijn literaire werken. In zijn loopbaan als schrijver heeft Flaubert bepaald ook mislukkingen gekend: noch met L'éduction sentimentale, noch met La tentation de saint Antoine, noch met Le cand
We bellen dit keer iemand op die jarig is en iemand die uit Duitsland weer even terug is in Nederland.
De LOK-SCHIJF van deze week is: De Kerstengel - Freek de Jonge. Aan het begin van zijn carrière vormde Freek de Jonge samen met Bram Vermeulen het duo Neerlands Hoop in Bange Dagen. Samen veranderden ze het aangezicht van het Nederlandse cabaret voorgoed.
Daarna ging Freek solo en bleef zichzelfvernieuwen. Van een hechte dramatische eenheid uit het begin van zijn solocarrière, naar een veel speelsere opbouw daarna, inclusief enkele programma’s die louter uit muzikale nummers bestaan. In totaal is dit 32 jaar theater waar maar één werkelijke ‘rode draad’ doorheen loopt: de lach.
De grappen vormen iedere voorstelling opnieuw de bouwstenen voor het dramatisch geheel. Ze zijn het fundament voor Freeks parabels en andere verhalen. Dit alles met maar één doel: het publiek in de spanningsboog van de avond vangen en tot volledige overgave dwingen, zodat het wonder kan geschieden, het wonder van de totale concentratie: het absoluut denken aan totaal niets.
Freek de Jonge wordt op 30 augustus 1944 te Eenrum, gemeente Westernieland,geboren. In zijn jonge jaren verhuist hij regelmatig. In al deze plaatsen moet hij als kind een nieuwe plaats veroveren. Volgens de overlevering blijkt de humor daarbij een uitermate geschikt middel.
Op zijn elfde staat Freek voor het eerst op het podium. Daar, op het toneel, voelt hij zich onmiddellijk thuis,wat niet van de school gezegd kan worden. Freek kan zich moeilijk concentreren, blijft regelmatig zitten en houdt zich voornamelijk bezig met het treiteren van leraren. Uiteindelijk lukt het hem om in Goes de school af te maken.
In 1965 vertrekt Freek naar Amsterdam om te gaan studeren. Hij schrijft zich in voor de studie Culturele Antropologie, maar van studeren komt niet veel. De Jonge besteedt zijn energie liever aan optreden. De overstap van Culturele Antropologie naar Nederlands verandert hier niets aan. Wel leert hij ondertussen bij het Amsterdamsch Studenten Corps Jop Pannekoek kennen. Jop regelt regelmatig optredens voor Freek en brengt hem in contact met Bram Vermeulen. Samen met Johan Gertenbach vormen ze het trio Cabariolet. Een erg groots succes zijn de voorstellingen van dit gezelschap niet. Voor het laatste optreden van Cabriolet is zelfs zo weinig aandacht dat de voorstelling wordt afgelast om de rest van de avond samen met het spaarzame publiek in een café door te brengen. Uiteindelijk besluit Johan Gertenbach meer tijd aan zijn studie te besteden en stopt met optreden. Bram en Freek gaan vanaf dat moment als duo verder.De doorbraak komt tijdens het Cameretten cabaretconcours te Delft.
Ze eindigen slechts als vijfde, maar de belangstelling van pers en publiek is gewekt. Als gevolg hiervan kunnen ze steeds vaker optreden en in de zomer van 1969 gaat hun eerste avondvullend programma in première: Dutch Music & Comedy Show, Neerlands Hoop in Bange Dagen. Met deze voorstelling geven ze het Nederlandse cabaret een geheel nieuwe impuls. De snelheid waarop Freek zijn grappen op het publiek afvuurde is ongekend. Een pianist die zich niet beperkt tot het begeleiden maar actief aan de voorstelling deelneemt, is ook nog nooit vertoond. Bovendien laten Bram en Freek zich voor de liedjes inspireren door de traditie van Rock & Roll, in plaats van de Franse chanson. Het effect is overrompelend.
Neerlands Hoop wordt het boegbeeld van de linkse beweging in Nederland. Vooral ook omdat ze duidelijk stelling nemen tegen vermeende misstanden in de maatschappij en zich daarbij afzetten tegen al het amusement dat nietszeggend is en de werkelijke problemen verdringt.
Het bekendste voorbeeld hiervan is de actie ‘Bloed aan de Paal’ in 1978. Het Nederlands elftal maakt zich klaar om deel te nemen aan het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië. Neerlands Hoop probeert dit te verhinderen vanwege het strenge dictatoriaal regiem dat de macht in Argentinië in handen heeft. Er breekt een brede maatschappelijke discussie los, maar het voetbal blijkt groter dan Neerlands Hoop. Het Nederlands elftal reist toch af naar Argentinië om daar de finale van het gastland te verliezen. In 1979 komt er een einde aan de samenwerking tussen Bram en Freek. De laatste voorstelling van Neerlands Hoop vindt plaats op 23 december van dat jaar in de Stadsschouwburg van Haarlem.
In 1980 speelt Freek de Jonge in Carré zijn eerste solovoorstelling: De Komiek. Was Neerlands Hoop een breuk met de cabarettraditie, met De Komiek breekt hij dwars door de grenzen van het genre heen. Freek zweert het losse-nummer-cabaret af en introduceert de zogenaamde ‘rode draad’ in zijn voorstellingen: een verhaal dat de hele voorstelling doorloopt en waarnaar De Jonge iedere keer nadat hij over een bepaald onderwerp is uitgeweid weer behendig weet terug te keren. Daar komt bij dat hij die ‘rode draad’ niet zozeer vertelt, maar eerder speelt. De voorstellingen vanaf De Komiek tot en met De Bedevaart (1985) kunnen dan ook misschien beter als drama dan als cabaret omschreven worden. Tekenend hiervoor is dat ze allemaal integraal in boekvorm zijn uitgegeven.Vanaf De Pretentie (1987) worden de voorstellingen weer minder hecht. De Jonge wil niet het gevoel krijgen dat hij zichzelf gaat imiteert en slaat een nieuwe weg in.
De ‘rode draad’ is meestal nog wel aanwezig, maar deze is niet langer het belangrijkste gegeven binnen de voorstelling. Ze wordt een handige kapstok voor uitweidingen in verhaal- of liedvorm, die zelf nauwelijks meer met die ‘rode draad’ in verband staan. Deze verhalen en liedjes worden wel in boekvorm uitgegeven, maar nu als bloemlezingen waarin ze geheel op zichzelf staan. Niet alleen op het toneel zoekt De Jonge steeds naar nieuwe vormen, ook daarbuiten verkent hij zijn mogelijkheden. Eerder maakte hij al twee films De Illusionist (1983) en De Komediant (1986).
Nu begint hij met het schrijven van romans. In interviews vergelijkt Freek het maken van cabaret met snorkelen en het schrijven van romans met diepzeeduiken. Zijn debuut, Zaansch Veem, verschijnt in 1987. Later volgen Neerlands bloed (1991) en Opa’s wijsvinger (1993). Verder duikt Freek ook op als televisiepresentator, is hij tijdelijk te beluisteren op een 06-lijn en bereikt hij in de zomer van 1997 de eerste plaats in de Nederlandse hitparade met het nummer ‘Leven na de dood’.
In 1999 gaat De Jonge weer een nieuwe uitdaging aan. Hij besluit om in een jaar tijd tien voorstellingen te gaan maken onder de verzamelnaam De Grens. In deze programma’s laat Freek alle vormen van cabaret die hij sinds 1968 heeft gemaakt, de revue passeren. Van conferences gevuld met een kritische blik op onze maatschappij tot aan flauwekul om de flauwekul. Van parabels vol mythische symboliek tot aan een hedendaagse musical. Na tweeëndertig jaar blijkt Freek de Jonge nog altijd bevangen door de magie van het theater, van de mogelijkheid telkens opnieuw te kunnen beginnen.
Daarbij wordt hij geholpen door zijn vrouw, Hella de Jonge, en de muzikale duizendpoot Robert Jan Stips. De eerste is al vanaf het begin van zijn solocarrière voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het decor, licht en kostuums. En verder wordt Freek De Jonge natuurlijk zijn hele leven lang al voortgedreven door de enige echte onuitputtelijke motor achter zijn gehele carrière: de lach!!!
Kortom, luisteren maar weer en ...... tot volgend jaar!
Meer informatie
Meer informatie over de LOK programma's bij dit artikel: Happy Hour
