Kabinet Balkenende gevallen

17 oktober 2002 Sid B. Dane

balkenende2 DEN HAAG - Het kabinet-Balkenende is woensdag na 86 dagen ten onder gegaan aan de ruzies in de LPF. De premier en de coalitiefracties CDA en VVD hadden geen enkel vertrouwen meer in de partij, die de afgelopen maanden in een voortdurende chaos verkeerde. Oorzaak van de val zijn de volledig uit de hand gelopen ruzie tussen de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek en de onberekenbaarheid van de Tweede-Kamerfractie.

Balkenende maakte duidelijk dat uit piëteit met de koninklijke familie het kabinet niet al dinsdag op de dag van de bijzetting van prins Claus is gevallen. Hij heeft het ontslag van zijn kabinet schriftelijk meegedeeld aan de vorstin. Gebruikelijk is dat de minister-president langs gaat.

Onfatsoenlijk

De oppositiepartijen hebben keiharde kritiek geuit op Balkenende en de LPF. Ze vinden het onfatsoenlijk dat het kabinet vlak na de uitvaart van Claus bijeenkwam voor beraad. Bovendien menen ze dat de nu demissionaire premier "ernstige inschattingsfouten" heeft gemaakt. Hij had de problemen in de LPF veel eerder moeten onderkennen en veel beter regie moeten voeren. De LPF heeft er volgens de oppositiepartijen helemaal niets van gebakken. Door de interne ruzies hebben de LPF-Kamerleden geen enkele inhoudelijke inbreng gehad.

Nieuwe verkiezingen

Alle fracties in de Tweede Kamer zijn het er over eens dat er zo snel mogelijk verkiezingen moeten komen; uiterlijk in januari, maar liever al in december. De fractievoorzitters Zalm (VVD) en Verhagen (CDA) hebben al laten weten na die verkiezingen opnieuw met elkaar te willen regeren. Het regeerakkoord van de gevallen centrumrechtse coalitie is hun inzet voor de nieuwe gang naar de stembus.

'Dan knakt er iets'

Op twee momenten in de afgelopen weken heeft de LPF het vertrouwen van Balkenende beschaamd. Dat waren voor hem concrete signalen dat het helemaal mis zou kunnen gaan. De LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek sloten ogenschijnlijk vrede. "Maar dat waren toneelstukjes. Dan knakt er iets," aldus Balkenende. Nadat bemiddeling in de LPF-gelederen zondag niets opleverde en de andere LPF-bewindspersonen maandag het vertrouwen in Bomhoff en Heinsbroek opzegden was er een acute ministerscrisis.

Balkenende riep beiden op zelf ontslag te nemen. Dat weigerden ze aanvankelijk, maar deden dat woensdagmorgen alsnog. De premier wist dinsdagavond al, ongeacht het besluit van Bomhoff en Heinsbroek, dat hij naar de koningin zou gaan. Want naast de ministers viel ook met de instabiele LPF-fractie niet meer samen te werken.

'Bizar jaar'

In gesprekken met Zalm en Verhagen bleek Balkenende dinsdagmorgen dat die ook geen enkel vertrouwen meer hadden in de LPF en toen was het pleit definitief beslecht. "Het was een onontkoombare situatie. In het kabinet wilden de LPF'ers niet meer samenwerken en er was geen vertrouwen in de LPF-fractie," aldus Balkenende. "Ik doe het met pijn in het hart. Het was een bizar jaar."

balkenende

Kunstje geflikt?

LPF-fractievoorzitter Herben, die woensdagmorgen Wijnschenk opvolgde, vindt dat CDA en VVD de LPF "een kunstje hebben geflikt." Zalm en Verhagen wekten dinsdagavond volgens hem nog de indruk dat het kabinet te redden zou zijn, terwijl ze op dat moment al besloten hadden "de stekker er uit te trekken."
"Dus dat was geënsceneerd," aldus Herben. Volgens hem verkeerde ook Balkenende nog in de veronderstelling dat lijmen mogelijk was, maar de premier liet woensdag tijdens het debat met de Tweede Kamer duidelijk weten dat hij er al geen heil meer in zag. De CDA-leider zal bij de verkiezingen waarschijnlijk terugkeren als lijsttrekker van zijn partij.

Heinsbroek weet nog niet of hij een 'comeback' zal maken. Niet de ruzie met Bomhoff is reden voor zijn ontslag maar "een gewetensconflict." Van de vernieuwingen van Pim Fortuyn is volgens hem niets terechtgekomen door het gerommel in de hele LPF. "Zijn gedachtegoed is verkwanseld." Heinsbroek maakt zichzelf geen verwijten.

Zijn ruzie met Bomhoff ontstond toen hij aanspraak wilde maken op het vice-premierschap van Bomhoff. Heinsbroek meende recht te hebben op die functie als hij partijleider van de LPF zou worden. Bomhoff zei te zijn opgestapt vanwege zijn "morele normen."
"Respect en vertrouwen" waren niet langer gegeven, zo zei hij, indirect verwijzend naar Heinsbroek. En als uitsmijter in de richting van zijn rivaal: "Ik ben in ieder geval een heer gebleven." Bomhoff keert terug naar de wetenschap.

Bron: www.nu.nl