“Als ik even mag uitspreken!”
1 februari 2003 Lourens Portasse
“Als ik even mag uitspreken!”
De irritante vergadertijger aan het woord.
U kent ze wel, die politici, partijvoorzitters en andere vergaderprofessionals, veelpraters, die van geen ophouden willen weten, zeker niet met meningen van anderen in de buurt.
Woordgoochelaars, die met weinig inhoud vele vergader uren vullen.
En dan laat je ze uitspreken en wat krijg je dan:
De allang bekende en niet originele mening, die nog een keer wordt herhaald.
Geen nieuw gezichtspunt, geen laatste geniale ingeving, geen blijk van geluisterd te hebben naar de anderen.
Als de volgende keer iemand zonodig wil uitpraten, zou u eigenlijk moeten opmerken, dat wie wil uitpraten nog geen gelijk heeft.
Het is eigenlijk nog erger. Wie eist te mogen uitpraten of zijn zin wil afmaken heeft nooit gelijk.
Iemand, die wil uitspreken, luistert alleen nog maar naar zichzelf. Iemand, die wil uitpreken, heeft eigenlijk niets te zeggen en kan alleen maar zichzelf herhalen.
Iemand, die wil uitpraten, is een soloartiest, die niet in de gaten heeft dat het publiek allang vertrokken is.
Een kabinet wordt geformeerd.
Waterschappen worden samengevoegd.
Politieke partijen bereiden zich voor op de toekomst.
Dualisme komt eraan, ook in uw gemeente.
Vele vergaderingen zullen hiervan het gevolg zijn.
Als deelnemer of als publieke tribune is het misschien handig om te weten, wanneer er onzin wordt verkocht.
Dat “mag ik even uitspreken” hebben we net behandeld, maar er zijn meer onhebbelijkheden.
Laten we het eens hebben over neerbuigendheden.
Mannen zijn hier met name goed in.
“Ach, mevrouwtje”, en dan komt de afzeiker. Dat “ach mevrouwtje” is zo’n neerbuigendheid.
Iedere vergaderoen, die zo een zin begint, behoort onmiddellijk gestopt te worden, de les gelezen, op het strafbankje neergezet en behoort maar één keer de kans krijgen het opnieuw te proberen.
En dan natuurlijk zonder seksisme of sarcasme.
“Als u het nou eens eerst goed zou lezen, voordat u een mening verkondigt.”
Niet toegestaan! Dames en heren. Ook dit is neerbuigend. Ook dit is vreemd taalgebruik.
Dit is niet alleen neerbuigend, het is ook hautain en eigenlijk gewoon onbeschoft. Maar het klinkt natuurlijk wel stoer om zo tegen anderen te praten.
“Ja of nee, wees maar eens duidelijk”
Sommige vergaderaars willen de ander alleen maar in een hoek drijven.
Ze denken, dat de “ja of nee” vraag een goede manier is om de ander klem te zetten, de nuance uit de discussie te halen, het eigen gelijk door te drijven.
Maar eigenlijk is het de vraag van het verwende jongetje dat niet tegen zijn verlies kan en dus de ander maar gaat dwarszitten.
“Ja of nee. Je bent voor of tegen mij. En als je niet snel antwoordt dan ga ik stampvoeten, hoor”.
Politici gaan weer het land regeren.
Waterschappen proberen het droog te houden, of net nat genoeg.
De gemeenteraad blijft proberen het volk te begrijpen.
Hou ze in de gaten.
De oude en nieuwe garde van vergaderprofessionals probeert het volk steeds meer te overtuigen, dat de politiek, het vergaderen, het besturen eigenlijk een vak is. Alleen geschikt voort professionals.
Laat u niet diskwalificeren, laat u niet buitenspel zetten.
Het behoort mijns inziens een tijdelijk vak te zijn.
Toegankelijk voor een ieder.
En dan na een aantal jaren weer terug naar de samenleving.
Niet vastgroeien in het dienen van de publieke zaak.
Prima dat de tweede kamer zoveel nieuwkomers telt.
We moeten ons niet bang laten maken.
Ook nieuwkomers zullen de publieke zaak dienen.
En nieuwkomers hebben hopelijk ook nog niet die “mag ik even uitspreken” onzin in de mond.
Kijk ook eens naar uw Krimpense gemeenteraad.
Kijk eens naar de jubilea, die sommige raadsleden en wethouders willen halen. Voor je het weet zitten ze echt te lang in de raad.
Op tijd weg wezen zou ik zeggen. Want voor je het weet, willen ze uitspreken en kunnen ze alleen nog maar neerbuigende taal uitslaan.
Het openbaar bestuur behoort geen werkverschaffing te worden.
Laat meer mensen deelnemen.
Rouleer vaker.
Wees niet bang voor zogenaamde onervarenheid.
Wees niet bang voor vrouwen en andere allochtonen.
Op zo’n manier zal dat malle, verwende, hautaine taalgebruik ook snel tot het verleden behoren.
Luisteraar, dank dat u mij hebt laten uitspreken.
Ik wens u nog een prettig weekend.
LOK # 101 1 februari 2002
© Lourens Portasse
