Spoorwegmuseum breidt collectie uit met kunstbeen en Porsche­autosleutel

2 maart 2019 Alfons Schramm Happy Hour

kunstbeen Het Spoorwegmuseum in Utrecht heeft vandaag een bijzonder cadeau gekregen van het Centraal Bureau Gevonden Voorwerpen van de NS. Het is een kist met opmerkelijke spullen die zijn achtergebleven in de trein. Laat u iets in de trein liggen, dan blijft het normaal gesproken vijf dagen op het station waar het wordt gevonden. Daarna gaat het naar een speciaal depot van de NS. Heeft de eigenaar zich na drie maanden nog niet gemeld, dan worden de voorwerpen vernietigd. Maar wat doe je met een kunstbeen? Autosleutels van een Porsche? Een doopjurkje? Een kunstgebit? En een klein viooltje?

"Het zijn de topstukken onder de gevonden voorwerpen", vertelt museumconservator Tuur Verdonck. "Te zonde om weg te gooien. En bovendien geeft het voor het museum een aardig inkijkje in wat mensen zoal laten liggen in de trein. Het geeft ook aan met hoeveel zorg en aandacht de NS omgaat met de verloren spullen." Bij binnenkomst zijn de spullen meteen te bewonderen in een vitrine naast de kassa. Het is een mysterieuze nieuwe aanwinst voor het museum. "Over de herkomst kunnen we de bezoeker niets vertellen. Niemand heeft er een briefje bij gedaan. Maar je kunt er wel eeuwig over filosoferen", aldus Verdonck. Kortom, dat museum is een bezoekje waard.

In deze aflevering van Happy Hour besteden we vanzelfsprekend aandacht aan het overlijden van zanger Mark Hollis. Zanger Mark Hollis creëerde met de band Talk Talk in de jaren tachtig unieke en succesvolle meesterwerken, maar leefde daarna de laatste 20 jaar als een kluizenaar, ver weg van publiciteit of de muziekindustrie. et grote verdwijnen uit de popmuziek. Veel artiesten wilden het, ontsnappen aan de druk en drukte die hoorden bij hun status als beroemdheid. Maar weinigen lukten het zo goed om als schrijver JD Salinger volledig uit het zicht te verdwijnen als Mark Hollis, de voorman van de in de jaren tachtig groot geworden Britse band Talk Talk.
Mark Hollis mark_hollis overleed maandag op 64-jarige leeftijd, zo maakte zijn neef Anthony Costello maandag op Twitter bekend. Hij leefde al meer dan twintig jaar een teruggetrokken bestaan. Muziek maken mocht dan wel een dagelijkse behoefte zijn, zo gaf hij ooit in een interview te kennen, optreden en platen opnemen was dat niet. Dat deed hij dus ook al decennia lang niet meer. Tot groot verdriet van zijn publiek dat met de jaren alleen maar groter leek te worden. Vooral de laatste twee Talk Talk-albums "Spirit of Eden" (1988) en "Laughing Stock" (1991) worden erkend als idiosyncratische meesterwerken. Voorlopers van de post-rock en van grote invloed op het werk van bijvoorbeeld Radiohead en Sigur Ros.
Bij iedere heruitgave op cd of vinyl is er weer een nieuwe generatie popliefhebbers die valt voor de soms behoorlijk abstracte composities, waarin Hollis steeds meer afstand nam van popliedjes en op geheel eigen wijze elementen uit de jazz en klassieke muziek begon te implementeren in vaak amorf aandoende stukken. Dit tot grote ergernis van zijn platenmaatschappij EMI. Zij hadden Talk Talk in 1982 getekend en op tournee gestuurd met Duran Duran. Fijn, nog zo’n luchtig synthipop-bandje dat gemakkelijk aansluiting zou moeten vinden bij de toen even dominerende New Romantic-popstroming, dachten ze. Maar Hollis had met zijn Talk Talk hele andere plannen. Hij wist hoe je een hit moest schrijven, zo bewees hij al vroeg en met het tweede Talk Talk album "It’s My Life" (1984) zou de band dankzij het titelnummer en de single "Such a Shame" ook in Nederland groot worden. Met de plaat "The Colour Of Spring" (1986) nam Talk Talk echter heel bewust afstand van alles wat naar synthipop, hoe gesoigneerd ook, neigde. Het geluid werd organischer, orgels (met hulp van veteraan Steve Winwood) en elektrische gitaren rukten op. Hollis zelf zong met zijn unieke hoge, wat geëxalteerde stem in liedjes als "Life’s what you make it" en "Living in another World" ook krachtiger dan ooit. Het werden net als het album ook nog eens grote hits, zodat Hollis voor de opvolger van zijn platenmaatschappij carte blanche kreeg. Dat hebben ze bij EMI geweten. "Spirit of Eden" bevatte zes lange, voor de radio onbruikbare stukken waarop het vergeefs zoeken was naar een pakkende melodie. Wel bleken het stukken die na diepere studie bijkans wegstierven in schoonheid. "Spirit of Eden" werd een echte cultklassieker, maar Talk Talk kon op zoek naar een andere platenmaatschappij. Die vond Hollis in jazzlabel Verve. Daarvoor maakte Talk Talk het zo mogelijk nog ongrijpbaardere "Laughing Stock" (1991), dat in het begin dramatische verkoopcijfers kende.
Talk Talk hield op te bestaan, al werd daar nooit officieel melding van gedaan. Hollis kwam zeven jaar later nog met het mooi verstilde, al even abstract vormgegeven solo-album "Mark Hollis", om vervolgens definitief uit beeld te verdwijnen. Een minuutje muziek voor de tv-serie Boss was in 2012 het laatste dat hij aan muziek achter liet. Hij bleef in zelfverkozen isolement. Zelfs zijn voormalige bandleden hadden al jaren geen contact meer met hem, maar zoals Talk Talk bassist Paul Webb gisteravond op Twitter liet weten: ‘Mark Hollis kon diepte geven aan gevoelens met geluid en ruimte zoals niemand anders. Hij was een van de grootsten, misschien wel de grootste.’ Terecht om twee Jukebox Giants van Talk Talk te draaien.

De LOKSCHIJF is: Preach - John Legendpreach_JL. In 2001 verschijnt Live At Jimmy’s Uptown, een album waarop John Legend (Springfield, Ohio, V.S., 28 december 1978) is een Amerikaanse r&b/soulzanger, tekstschrijver en producer enkele optredens heeft samengevat. Als hij met Kanye West samenwerkt aan "Get lifted" komt het succes van Legend in een stroomversnelling. "Ordinary People" is zijn eerste hit. In 2006 wordt de productie van het tweede album, "Once again", opnieuw samen gedaan met Kanye West, die nu ook hulp krijgt van Will.I.Am. Het levert met "Save Room", "P.D.A. (We Just Don’t Care)" en "Stereo" drie hits op.
In het najaar van 2013 verschijnt het album "Love in the Future", waarvan zowel "Made to Love" als "All of Me" grote hits worden. "All of Me" is de achtste hit van John Legend en wordt eind januari 2014 zijn eerste nummer 1-notering.
In februari 2015 krijgt de zanger een Oscar voor de track "Glory" als beste song. Het nummer is afkomstig uit de film Selma. Een maand later zingt hij "Lay me down", de track van Sam Smith, opnieuw in samen met de Britse zanger. Het gelegenheidsduo doet dat voor Red Nose Day, het initiatief om geld in te zamelen voor Comic Relief, dat minder bedeelden helpt een beter leven te krijgen.
Na ruim anderhalf jaar afwezigheid staat hij met "Like I'm gonna lose you" (met Meghan Trainor) in januari 2016 weer in de Megasingle Top-100. Vorige maand heeft de zanger de track "Preach" uitgebracht, waarmee hij zijn onvrede laat horen rond politiegeweld, het asielbeleid en schietpartijen op school john-legend-preach. Een prachtige LOKSCHIJF!

Veel luisterplezier!

Ander nieuws van Happy Hour

Pop-up tentoonstelling over onderwijsgeschiedenis geopend in Crimpenhof

Nachtafsluitingen Algerabrug door voorbereidende werkzaamheden (nacht 13–14 april en 18–19 mei)

Anja de Jong / Open Atelierroute Dordrecht -> 4 en 5 april, Voorstraat 153, Dordrecht

Lezing over het onderwijs door Wim Daniëls, 16 april

Integrale controle op bedrijventerrein

Meer nieuws in het archief van: Happy Hour

Meer informatie

Meer informatie over de LOK programma's bij dit artikel: Happy Hour