Geen tijd voor verdriet, boosheid en onbegrip.
29 maart 2003 Lourens Portasse
Geen tijd voor verdriet, boosheid en onbegrip.
Eens in de vier jaar mogen we stemmen.
Voor de tweede kamer, de gemeenteraad, provinciale staten en het waterschap.
Verder wordt onze mening niet gevraagd en ook niet echt op prijs gesteld.
Dan breekt de hel los.
Een oorlog woedt, vele bedrijven doen plots goede zaken.
Een journalist meldt, dat in de beleggingswereld wordt gezegd, dat -bloed op het slagveld- de beurs omhoogstuwt.
Een duidelijker beleggingsadvies lijkt me niet mogelijk.
En plots wordt onze mening wel op prijs gesteld.
Tenminste, men probeert onze mening te beïnvloeden, te manipuleren.
De communicatie en reclame bureaus, die ons normaal waspoeder en luiers proberen aan te smeren, die bureaus laten zich plots inhuren om ons de oorlog te verkopen.
Televisie stations worden onder druk gezet door overheden om toch vooral geen gruwelijke beelden te tonen.
Geen gewonde soldaten, geen dode soldaten, geen gevangen soldaten.
Geen rechtstreekse gevechten meer op de buis.
Geen angstige kinderogen, wiens ouders net zijn gedood door een verdwaalde bom.
Geen verwarde soldaten, die hun medesoldaten overhoop schieten.
Wij moeten het doen met de informatie, die ons gegund wordt.
CNN, het 24 uur nieuwsstation uit de Verenigde Staten van Amerika, is definitief door de mand gevallen.
Het lijkt wel een station, dat door de Amerikaanse overheid is gevorderd. De gretigheid, de hitsigheid, waarmee ze deze oorlog verslaan is beangstigend.
Oorlogsporno wordt het al genoemd.
Waar de BBC nog probeert een zekere afstand te bewaren, lijkt Cable News Network zich te verkneukelen in de “yellow ribbon round the old oak tree”.
Huilende moeders, vrouwen en kinderen van gedode Amerikaanse soldaten worden alleen in beeld gebracht, als ze hun geliefde een held willen noemen.
Geen tijd voor verdriet, boosheid en onbegrip.
Geen tijd voor de -wie, wat, waar- vragen.
En zeker geen zendtijd voor de –waarom- vraag.
Waarom moet mijn geliefde sterven voor de belangen van hen die op hem neerkijken?
Toen de zwarte Amerikaanse soldaten na de tweede wereldoorlog naar huis terugkeerden, was racisme en tweederangs burgerschap hun beloning.
Waar zij in Europa voor hadden gevochten, konden zij niet mee naar huis nemen.
Toen de zwarte Amerikaanse soldaten na Vietnam weer thuis kwamen, was racisme en tweederangs burgerschap nog steeds hun deel.
En ze moesten niet het lef hebben, die rechten op te eisen, want dan werden ze alsnog geslagen, beschoten of gedood.
Als de Amerikaanse soldaten na Irak weer naar huis gaan, zal de Amerikaanse samenleving voor de zoveelste keer weer geen idee hebben wie er thuiskomen.
Eenmaal bezeten van de oorlog, is er geen weg terug meer.
Is er geen thuis meer.
Wie de oorlog heeft moeten overleven, is voorgoed verdwaald.
Verhalen kunnen niet worden verteld.
Gevoelens kunnen niet worden geuit.
Volwassen mannen en vrouwen, onze stoere soldaten, plassen na thuiskomst regelmatig in hun bed
Ook deze beelden mogen we niet zien.
Het zou ons ongeschikt maken om de eerstvolgende oorlog te steunen.
Na de oorlog is de thuiskerende soldaat beschadigd, heeft moeite met het weer opgaan in de samenleving.
Het ene moment je wil opleggen met geweld, thuisgekomen niet eens meer met een zakmes mogen zwaaien.
Een generatie van beschadigde kinderen in Irak.
Een generatie van teruggekeerde beschadigde soldaten in Amerika.
En wij.
Een generatie van toeschouwers, die na de oorlog pas zullen beseffen hoe gretig en opgewonden we waren.
Een generatie die even dacht, dat vrede uit de loop van een geweer kon komen.
Hoelang zal het duren voor onze kinderen weer kunnen zeggen, dat ze na de oorlog zijn geboren?
Allende was democratisch gekozen in Chili. Maar, het mocht niet van Amerika. Democratie mag niet altijd van Amerika.
Ik wens Irak het beste na de oorlog.
Lok # 108, 29 maart 2003
© Lourens Portasse
