Boos op hun verleden en bang voor de toekomst.
28 juni 2003 Lourens Portasse Kijk op Krimpen
Boos op hun verleden en bang voor de toekomst.
Sinds enige tijd werk ik met mannen, die verslaafd zijn geweest, meer vertrouwd zijn met het justitiële apparaat dan menig rechter en alreeds vele vormen van begeleiding, therapie, of maatschappelijk werk, hebben genoten.
Het hielp allemaal niet echt.
Sommige zijn de bekende veelplegers geweest en velen zijn de nazaten van de bezoekers van “perron 0”, de gebruikersplek naast het Centraal Station van Rotterdam.
Overlastgevers en kleine criminelen.
Deze mannen zijn op dit moment clean, afgekickt en
gestopt met gebruiken.
Gestopt met drinken.
Hun urine wordt dagelijks gecontroleerd.
Hun gedrag bekeken.
Een plan opgesteld.
Onderwijs gegeven.
Schulden gesaneerd.
Een toekomst ontworpen.
Een verleden gearchiveerd.
Deze mannen zijn ook boos.
Boos op zichzelf, boos op de samenleving, boos op hun verleden en bang voor de toekomst.
Eén heeft al vele jaren zijn dochter niet meer gezien.
Want, als je niet meer gebruikt, ben je plots, tot je schrik, meer dan een junk.
Plots ben je ook weer vader, plots ben je ook weer een partner of ex partner van iemand. Plots ben je weer iemands zoon. Plots is de verdoving uitgewerkt.
En wij, als groepsleiders, onderwijzers, werkmeesters, maatschappelijk werkers, psychiaters en verpleegkundigen, proberen deze mannen weer een plek terug in de samenleving te laten vinden.
Eén is klaar om het in de grote, boze buitenwereld te proberen.
Tenminste, dat vindt hijzelf.
Wij, de staf vinden van niet. Nog niet.
We praten samen.
“Hoe kun jij nu weten hoe ik mij voel, jij bent toch nooit verslaafd geweest?”
“Hoe kunnen jullie nou over mij oordelen?”
We praten verder.
“Hier kan ik van de drugs afblijven, hier binnen dit programma, maar straks, wie let er dan nog op mij, ben ik dan sterk genoeg.
Ik ben één keer 10 jaar clean geweest en voor de laatste keer 18 maanden clean.
Die laatste keer had ik al spijt op het moment, dat ik nog naar de dealer op weg was. Nog voor dat ik ging gebruiken, had ik al spijt”.
Nou, dit was mijn kans als begeleider.
Dus ik stel de slimme vraag:
“Hoe komt het, dat je op dat moment niet kon stoppen en omkeren. Gewoon tegen jezelf zeggen, dat je beter weet en beter verdient?”
Zo, ik laat hem op deze manier meteen reflecteren op zijn gedrag. Inzicht krijgen in zijn motieven. Misschien zelfs handvaten voor toekomstig weerbaarder gedrag.
Hij hoort mij geduldig aan en zegt zo emotieloos mogelijk;
“Je kunt wel merken, dat je nooit een gebruiker bent geweest”.
Hij heeft nog veel te leren.
En ik trouwens ook.
© Lourens Portasse
LOK #122, 28 juni 2003
Meer informatie
Meer informatie over de LOK programma's bij dit artikel: Kijk op Krimpen
